top of page

Wat ben ik aan het doen?!

  • Foto van schrijver: Tessa van Rossen
    Tessa van Rossen
  • 6 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Soms denk ik weleens: wat ben ik in vredesnaam aan het doen?

Ik werk hard. Soms heel hard. Mijn cliënten, mijn gezin, de administratie, de ideeën die door mijn hoofd blijven gaan, de nieuwe methode die ik de wereld in wil brengen, de mensen die ik liefheb en aandacht wil geven. En ergens onderweg wordt er dan weer een uur slaap ingeleverd omdat er nog iets af moet, nog iets geschreven moet worden, nog iets gevoeld wil worden.

Toch voelt het niet als een last.

Natuurlijk ben ik moe weleens moe. Natuurlijk verlang ik soms naar rust. Maar onder alles ligt een drive die moeilijk uit te leggen is. Een vuur dat niet verbrandt, maar voortstuwt. Een kracht die me optilt wanneer ik eigenlijk zou moeten gaan liggen.

Laatst kreeg ik ineens een beeld.

Ik zag een stier.

Niet de stier uit de astrologie waar ik me nooit zo in herkend heb. Niet de koppige stier of de stier die met zijn horens vooruit stormt. Ik zag een werkende stier. Een enorme krachtige stier die een zwaar tuig draagt. Achter hem sleept een grote ijzeren ploeg door de aarde. Elke stap kost kracht. Elke meter vraagt inspanning. Maar achter hem verandert het landschap.

De harde grond wordt opengebroken.

De aarde wordt vruchtbaar gemaakt.

Er ontstaat ruimte voor iets nieuws.

En ineens moest ik lachen. Misschien is dát wel mijn stier. Ik heb vaak gekeken naar mensen die schijnbaar moeiteloos iets creëren. Een boek. Een bedrijf. Een methode. Een beweging. Alsof het vanzelf ontstaat. Alsof ze iets uit de lucht plukken en het er ineens staat.

Bij mij werkt het anders. Bij mij moet iets eerst door de aarde. Door ervaring. Door twijfel. Door vallen en opstaan. Door gesprekken. Door voelen. Door opnieuw kijken. Ik ploeg. En pas daarna ontstaat er iets. En als het er eenmaal staat, dan staat het vaak stevig. Dan is het doorvoeld, doorleefd en getest in de praktijk van het leven. Dan heeft het wortels gekregen.

Wanneer ik nu naar Place It kijk, zie ik zoiets ontstaan.


Ik zie hoe mensen keuzes maken die ze soms al maanden of jaren voor zich uitschuiven. Ik zie hoe een eenvoudige fysieke ervaring iets zichtbaar maakt wat woorden niet altijd kunnen bereiken. Ik zie hoe mensen rust vinden doordat ze niet langer alleen nadenken, maar ook voelen.

En ik ben er trots op.

Tegelijkertijd merk ik dat ik het ingewikkeld vind dat alles tegenwoordig wetenschappelijk bewezen moet worden voordat het serieus genomen mag worden.

Alsof iets pas waar wordt wanneer iemand met een titel en een onderzoeksrapport zegt dat het waar is.

Voor mij is voelen al waardevol zonder bewijs. Voor mij is liefde waardevol zonder onderzoek. Voor mij is verbondenheid waardevol zonder statistiek.


Maar ik begrijp ook dat wetenschap de taal is geworden waarin onze maatschappij vertrouwen zoekt. En als ik meer mensen wil bereiken, als ik wil dat Place It een plek krijgt in onderwijs, zorg en organisaties, dan helpt het wanneer die taal ook gesproken wordt.

Niet omdat ik bevestiging nodig heb.

Maar omdat anderen die soms nodig hebben.

Toen ik jaren geleden begon, nog voordat Het Zesde Zintuig op televisie kwam, had ik eigenlijk maar één verlangen.

Ik wilde mensen helpen lichter te leven. Als één persoon minder angst voelde. Als één persoon meer rust vond. Als één persoon weer vertrouwen kreeg in zichzelf. Dan was mijn missie al geslaagd.


Daarnaast wilde ik laten zien dat er meer werkelijkheden bestaan dan degene die we met onze ogen kunnen zien. Dat bewustzijn invloed heeft. Dat mensen met elkaar verbonden zijn. Dat energie niet slechts een spiritueel idee is, maar iets wat dagelijks voelbaar aanwezig is in relaties, ruimtes en gebeurtenissen.

Als ik terugkijk, zie ik dat ik veel van die dromen al heb mogen leven.

En toch ben ik nog steeds aan het ploegen.

Waarom?

Die vraag stel ik mezelf steeds vaker. Waarom wil ik nog verder? Waarom wil ik meer mensen bereiken? Waarom blijft die beweging in mij aanwezig? Een deel van het antwoord ken ik inmiddels. Ik wilde de weg lopen zodat anderen hem makkelijker konden vinden.

Ik wilde licht ontsteken zodat anderen konden zien dat er meer mogelijk was dan ze dachten. Maar er zat ook iets anders onder.

Een verlangen naar respect. Niet vanuit arrogantie, maar vanuit veiligheid.

Toen ik bekend werd als beste paragnost van Nederland merkte ik iets opmerkelijks. Mensen luisterden anders. Dezelfde woorden kregen meer gewicht. Dezelfde inzichten werden serieuzer genomen. En ergens voelde dat veilig. Later ontdekte ik dat daar oude pijn onder zat. Een deel dat zich vroeger niet gezien voelde. Niet gehoord. Niet serieus genomen. Dat deel hoef ik steeds minder te beschermen. Er is meer rust gekomen.


Want uiteindelijk zijn er ontelbaar veel perspectieven.

Hier volgen mensen een arts bijna blindelings omdat hij een witte jas draagt.

In het Amazonegebied zou een medicijnman misschien glimlachen om diezelfde witte jas en zich afvragen waarom iemand zijn kennis alleen uit boeken haalt.

Wie heeft gelijk?

Misschien allebei.

Misschien geen van beiden.

Alles hangt af van het perspectief van waaruit je kijkt. Dat geldt ook voor mij. Sommige mensen zullen voelen dat mijn werk hen helpt. Anderen zullen het onzin vinden.

Beide mogen bestaan. Het enige wat ik werkelijk weet, is dat ik mijn hart volg.

En zolang ik iedere ochtend opsta met enthousiasme voor wat ik doe, zolang liefde sterker blijft dan angst, zolang ik blijf voelen dat deze weg klopt, hoef ik niet precies te weten waar hij naartoe leidt.

Dan ploeg ik gewoon verder.

Niet omdat het moet.

Maar omdat er blijkbaar nog steeds iets wil groeien.

Mocht je geïnteresseerd zijn in deelnemen aan het onderzoek naar Place It! Dan nodig ik je uit om je op te geven via het deelnameformulier. Ik ben op zoek naar 100 mensen die willen ervaren hoe voelen je kan helpen bij het maken van keuzes!

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page