Kun jij zijn wie je bent?
- Tessa van Rossen
- 3 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Ik zie het zo vaak in mijn praktijk. Mensen die ontzettend hun best doen. Ze zijn lief, behulpzaam en werken hard. Ze denken aan iedereen, voelen haarfijn aan wat een ander nodig heeft en proberen ruzies of teleurstellingen zoveel mogelijk te voorkomen. Ze zijn de collega die altijd inspringt, de vriendin die altijd luistert, de partner die zich voortdurend aanpast en de moeder die iedereen op de eerste plaats zet.
En ergens onderweg... zijn ze zichzelf kwijtgeraakt.
Laatst zat Iris tegenover me. Een vriendelijke vrouw van begin veertig. Ze glimlachte veel tijdens ons gesprek, maar haar ogen vertelden een ander verhaal. Ze vertelde dat ze voortdurend moe was. Niet een beetje moe, maar uitgeput. Iedere ochtend stond ze al moe op. Ze sliep slecht, had regelmatig hoofdpijn en haar buik speelde steeds vaker op. De huisarts had haar onderzocht, maar kon geen lichamelijke oorzaak vinden.
Tijdens ons gesprek zei ze: "Ik begrijp het niet. Ik doe toch alles goed."
Die zin bleef bij me hangen.
Want eigenlijk deed ze inderdaad alles goed... voor iedereen behalve voor zichzelf.
Wanneer haar moeder belde, liet ze direct alles uit haar handen vallen. Op haar werk zei ze overal ja op, ook wanneer haar agenda eigenlijk al overvol was. Vriendinnen konden altijd een beroep op haar doen en haar partner mocht bepalen waar ze op vakantie gingen, wat ze gingen eten en hoe de weekenden eruitzagen. Iris vond het allemaal prima. Dat dacht ze tenminste.
Ik vroeg haar op een gegeven moment wanneer ze voor het laatst iets had gekozen omdat zíj het graag wilde.
Ze bleef stil.
Na een tijdje vulden haar ogen zich met tranen. "Ik weet eigenlijk niet eens meer wat ik zelf leuk vind," zei ze zacht.
Dat vond ik misschien wel het verdrietigste van ons hele gesprek. Niet dat ze zich aanpaste, maar dat ze zo gewend was geraakt aan het aanpassen dat ze zichzelf onderweg was kwijtgeraakt.
Vaak denken we dat aanpassen hetzelfde is als liefde. Natuurlijk houden we allemaal rekening met elkaar. Dat hoort ook bij een gezonde relatie. Maar er is een groot verschil tussen rekening houden met elkaar en jezelf voortdurend op de laatste plaats zetten.
Veel mensen passen zich niet aan omdat ze dat graag willen. Ze doen het omdat ze bang zijn voor afwijzing, ruzie of teleurstelling. Ze hebben vaak al jong geleerd dat het veiliger was om de sfeer goed te houden, geen last te zijn of zich aan te passen aan wat anderen nodig hadden.
Misschien groeide je op met een ouder die snel boos werd. Misschien was er veel verdriet of spanning in huis. Misschien voelde jij als kind haarfijn aan hoe anderen zich voelden en probeerde je vooral niet nog meer belasting te zijn. Dat waren toen slimme overlevingsstrategieën. Ze hielpen je om veiligheid te creëren in een situatie waarin je weinig invloed had.
Maar wat vroeger hielp om veilig te blijven, kan je als volwassene langzaam gaan uitputten.
Ik gebruik daarvoor vaak de metafoor van een vis.
Een vis kan nog zo zijn best doen om op het land te leven. Hij kan harder zijn best doen, zichzelf trainen en blijven geloven dat hij gewoon nog iets beter zijn best moet doen. Maar hoe hard hij ook probeert, hij blijft een vis. Hij heeft water nodig om te kunnen leven.
Zo werkt het eigenlijk ook met mensen.
Wanneer je voortdurend probeert iemand te zijn die je niet bent, raak je langzaam uitgeput. Je lichaam begint signalen te geven. Je slaapt slechter, krijgt spanning in je lijf, hoofdpijn of buikklachten en merkt dat je steeds minder energie hebt. Je lichaam probeert je eigenlijk iets te vertellen. Het fluistert: "Dit ben jij niet."
Bij Iris gingen we niet op zoek naar manieren om een ander mens te worden. We gingen juist onderzoeken wie zij eigenlijk was, voordat ze zich voortdurend was gaan aanpassen. Heel voorzichtig begon ze kleine stapjes te zetten. Ze zei een keer nee tegen een extra taak op haar werk. Ze vroeg haar partner of ze dit keer naar haar favoriete restaurant konden gaan. Toen haar moeder belde terwijl ze met een vriendin koffie zat te drinken, nam ze niet direct op maar belde later terug.
Voor veel mensen lijken dat kleine veranderingen.
Voor Iris voelde het alsof ze een berg aan het beklimmen was.
Toch ontdekte ze iets bijzonders. De wereld stortte helemaal niet in. Mensen bleven van haar houden. Sterker nog, sommige relaties werden juist eerlijker en gelijkwaardiger. Ze merkte dat mensen veel meer rekening met haar gingen houden, simpelweg omdat ze eindelijk liet zien wat zij nodig had.
Ik denk dat we soms vergeten dat de mensen die echt van ons houden, helemaal niet verliefd zijn op de versie van ons die voortdurend probeert iedereen tevreden te houden. Ze willen geen pleaser. Ze willen geen kameleon die steeds van kleur verandert om ergens bij te horen.
Ze willen jou.
Misschien is dat wel één van de moeilijkste opdrachten in het leven. Niet steeds worden wie de ander nodig heeft, maar durven zijn wie je werkelijk bent.
Want uiteindelijk kun je jezelf maar een bepaalde tijd verstoppen. Daarna begint je lichaam zachtjes te fluisteren. En als je daar niet naar luistert, gaat het steeds harder praten.
Misschien is het daarom een mooie vraag om jezelf vandaag eens te stellen: leef ik mijn leven zoals het werkelijk bij mij past, of leef ik het zoals ik denk dat anderen het van mij verwachten?
Want hoe hard een vis ook zijn best doet... Hij zal nooit kunnen ademen op het land.
En een mens zal uiteindelijk ook niet gelukkig worden door voortdurend iemand anders te proberen te zijn. Vrijheid begint op het moment dat je stopt met jezelf aanpassen en jezelf toestemming geeft om gewoon te zijn wie je altijd al was.





Opmerkingen