top of page

Wanneer te veel geven een relatie uit balans brengt

  • Foto van schrijver: Tessa van Rossen
    Tessa van Rossen
  • 28 aug
  • 5 minuten om te lezen

"Ik begrijp het gewoon niet."

Sandra zat tegenover me met een kop koffie in haar handen. Haar ogen stonden vermoeid en verdrietig. Ze vertelde dat haar relatie na twaalf jaar was stukgelopen. Er was geen sprake geweest van grote ruzies of ontrouw. Haar partner had op een dag gezegd dat hij afstand voelde en niet meer wist wie hij was binnen hun relatie.

Sandra snapte er niets van.

"Ik heb toch alles voor hem gedaan," zei ze. "Ik stond altijd voor hem klaar. Ik dacht met hem mee, hielp hem als hij het moeilijk had en probeerde hem altijd te begrijpen. Ik heb hem nooit laten vallen. Waarom was dat dan niet genoeg?"

Die vraag hoor ik vaker in mijn praktijk.

Misschien herken je hem zelf ook wel. Je hebt alles gegeven wat je had. Je was loyaal, liefdevol en geduldig. Je dacht dat liefde betekende dat je bleef geven, bleef begrijpen en bleef dragen. En toch liep de ander uiteindelijk weg. Dat voelt ontzettend oneerlijk.

Door de jaren heen ben ik echter een patroon gaan herkennen dat ik steeds vaker terugzie. Soms raakt een relatie juist uit balans doordat één van de twee voortdurend geeft.

Dat klinkt misschien vreemd. We leren immers dat geven iets moois is. En dat is het ook. Ik geloof dat liefde zonder geven niet kan bestaan. Toch heeft iedere relatie, net als de natuur, een bepaald evenwicht nodig.

Denk maar eens aan een boom. Wanneer je steeds één kant water geeft, groeit hij scheef. Het water is niet het probleem. De scheve verdeling zorgt ervoor dat de boom uit balans raakt.

Zo kan het volgens mij ook in relaties gaan.

Ik moet denken aan Peter. Een aantal jaar geleden verloor hij zijn baan. Zijn vrouw Esther ving hem liefdevol op. Ze ging extra uren werken zodat ze financieel rond konden komen, regelde de administratie, hielp hem met sollicitatiebrieven en sprak hem moed in na iedere afwijzing. Ze deed het allemaal vanuit liefde.

In het begin was Peter daar ontzettend dankbaar voor.

Na verloop van tijd veranderde er iets. Hij werd stiller, trok zich vaker terug en reageerde steeds korter wanneer Esther vroeg hoe het met hem ging. Esther dacht dat hij depressief werd en besloot hem nog meer te ondersteunen. Ze nam steeds meer taken uit handen omdat ze hem wilde beschermen tegen teleurstellingen.

Tijdens een sessie zei Peter uiteindelijk iets wat Esther totaal niet had verwacht.

"Ik voel me steeds kleiner worden."

Die woorden bleven lang bij me hangen.

Hij vertelde dat hij iedere dag zag hoeveel Esther voor hem deed. Dat maakte hem dankbaar, maar tegelijkertijd voelde hij zich steeds afhankelijker. Hij wilde haar graag iets teruggeven, alleen had hij het gevoel dat hij voortdurend achterliep. Hoe harder Esther haar best deed, hoe groter het verschil leek te worden tussen wat zij gaf en wat hij op dat moment kon geven.

Langzaam veranderde zijn dankbaarheid in schaamte.

En schaamte is een ingewikkelde emotie.

Veel mensen denken dat iemand afstand neemt omdat de liefde verdwenen is. Mijn ervaring is dat mensen zich soms terugtrekken omdat de ongelijkheid te groot is geworden. Ze kijken naar alles wat de ander voor hen doet en voelen zich steeds schuldiger. Op een gegeven moment lijkt afstand minder pijnlijk dan iedere dag geconfronteerd worden met het gevoel tekort te schieten.

Hetzelfde zie ik soms tussen ouders en hun volwassen kinderen.

Er kwam eens een moeder bij mij die werkelijk alles voor haar zoon deed. Ze betaalde zijn rekeningen wanneer hij geld tekortkwam, paste op zijn kinderen zodat hij kon werken, deed boodschappen en loste problemen op voordat hij zelf wist dat ze bestonden. Ze deed het allemaal vanuit liefde.

Toch zag ze haar zoon steeds minder vaak. Hij belde minder, kwam minder langs en vergat regelmatig haar verjaardag. Dat deed haar ontzettend veel pijn.

Tijdens ons gesprek zei ze: "Na alles wat ik voor hem heb gedaan..."

Ze sprak die woorden uit en viel daarna stil.

Voor het eerst hoorde ze zelf hoeveel gewicht er eigenlijk in die zin zat.

Haar zoon voelde dat gewicht waarschijnlijk ook. Iedere keer dat hij zijn moeder zag, werd hij herinnerd aan alles wat hij van haar had ontvangen. Hij wist niet hoe hij dat ooit zou kunnen teruggeven.

Soms lijkt het alsof mensen ondankbaar worden.

Mijn ervaring is dat er soms iets anders gebeurt.

Het schuldgevoel wordt zo groot dat afstand maken veiliger voelt dan blijven.

Dat betekent natuurlijk niet dat dit altijd de reden is waarom relaties eindigen. Mensen gaan om heel verschillende redenen uit elkaar en relaties zijn veel complexer dan één verklaring. Toch zie ik dit patroon opvallend vaak terug.

Mensen met een groot hart geven vaak meer dan er gevraagd wordt. Ze lossen problemen op voordat iemand om hulp vraagt. Ze begrijpen alles, vergeven alles en dragen ongemerkt een steeds groter deel van de relatie.

Van buitenaf ziet dat eruit als liefde.

Van binnen kan er langzaam een scheefgroei ontstaan.

Ik denk dat gezonde liefde iets anders vraagt.

Ze vraagt om beweging van twee kanten.

Ik vergelijk het weleens met ademhalen. Je ademt in en je ademt uit. Je ontvangt en je geeft. Wanneer je alleen maar uitademt, raak je uitgeput. Wanneer je alleen maar inademt, kun je ook niet leven.

Een relatie heeft beide bewegingen nodig.

Dat betekent soms dat je iemand de ruimte geeft om iets voor jou te doen. Dat je een compliment ontvangt zonder het weg te wuiven. Dat je hulp durft te vragen. Dat je iemand laat bijdragen, ook wanneer je het zelf prima had gekund.

Ik weet dat veel gevers dat ontzettend moeilijk vinden.

Ze zijn gewend sterk te zijn. Ze voelen zich prettig wanneer ze voor anderen kunnen zorgen. Ontvangen voelt voor hen vaak kwetsbaar, terwijl ontvangen misschien wel één van de grootste cadeaus is die je iemand kunt geven.

Je laat de ander ervaren dat hij ertoe doet. Dat hij iets kan betekenen. Dat zijn bijdrage waardevol is. Ik moet daarbij vaak denken aan een waterton. Je kunt alleen water uit een waterton halen als hij ook gevuld wordt.

Zo werkt liefde volgens mij ook. Ze wil blijven stromen. Ze wil geven. Ze wil ontvangen.

En daarna weer opnieuw geven.

Misschien voelen sommige relaties daarom zo licht. Niet omdat beide mensen precies evenveel doen, maar omdat er een natuurlijke uitwisseling bestaat. Soms draagt de één wat meer en soms de ander. Die beweging verandert met de seizoenen van het leven. Juist daardoor blijft er ruimte om elkaar steeds opnieuw te ontmoeten.

Misschien is het daarom goed om jezelf af en toe een eenvoudige vraag te stellen.


Geef ik omdat de ander het op dit moment werkelijk nodig heeft?

Of geef ik omdat ik ooit heb geleerd dat mijn waarde ligt in zorgen voor anderen?


Dat zijn twee heel verschillende bewegingen.

De eerste brengt verbinding. De tweede kan ongemerkt afstand creëren.

Misschien is liefde minder ingewikkeld dan we soms denken. Ze vraagt niet dat je alles geeft wat je hebt. Ze vraagt dat je aanwezig bent. Dat je geeft wanneer dat passend is, ontvangt wanneer iemand jou iets wil geven en erop vertrouwt dat een gezonde relatie geen wedstrijd is in opoffering.


En juist doordat beide mensen af en toe mogen geven én ontvangen, blijft er ruimte om zichzelf te zijn.

Misschien is dát wel de mooiste vorm van liefde. Niet omdat je daarmee kunt voorkomen dat iemand ooit weggaat, maar omdat je samen een relatie creëert waarin niemand zichzelf hoeft kwijt te raken. Daar, in die balans, krijgt liefde de meeste kans om te groeien.


 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page