De normalen in een relatie
Bijgewerkt op: 2 okt

Wat is eigenlijk normaal in een relatie?
“Maar dat is toch normaal?” Die zin hoor ik regelmatig wanneer twee partners tegenover me zitten. Het kan gaan over geld, het huishouden, de opvoeding, familiebezoek, vakanties, intimiteit of de manier waarop ze met ruzie omgaan. Vaak zijn mensen oprecht verbaasd wanneer hun partner ergens heel anders naar kijkt. Wat voor jou vanzelfsprekend is, heb je meestal al zo vaak gezien en meegemaakt dat je er nauwelijks meer bij stilstaat. Het hoort bij hoe jij het leven kent.
Ik stel me dat voor als een cirkel waarin je opgroeit. Binnen die cirkel leer je hoe mensen met elkaar omgaan. Je ziet hoe je ouders ruzie maken, hoe er thuis met geld wordt omgegaan, hoeveel er wordt geknuffeld en welke gevoelens worden uitgesproken. Je leert wat er gebeurt wanneer iemand verdrietig of boos is. Je ontdekt hoeveel vrijheid je krijgt en wat er van je wordt verwacht. Al die ervaringen vormen langzaam jouw beeld van wat normaal is.
Wanneer je later een relatie krijgt, neem je veel daarvan mee. Je partner brengt zijn eigen ervaringen mee. Zo komen er twee cirkels bij elkaar en ontdek je gaandeweg hoeveel gewoontes en overtuigingen je als vanzelfsprekend bent gaan zien.
Een tijdje geleden begeleidde ik een stel bij wie dat heel duidelijk werd. Zij groeide op in een gezin waar veel werd besproken. Wanneer iemand ergens mee zat, ging het gezin aan tafel zitten. Er werd gepraat, gehuild en gelachen en samen zochten ze naar een oplossing. Ze had geleerd dat praten hielp wanneer er spanning was. Door woorden te geven aan wat ze voelde, ervoer ze verbinding.
Haar partner was opgegroeid in een gezin waarin mensen elkaar bij spanning ruimte gaven. Zijn ouders waren betrokken bij elkaar en lieten hun gevoelens vooral zien in wat ze deden. Na een ruzie trok iedereen zich even terug. Een paar uur later werd er koffie gezet of kwam iemand vragen of de ander iets wilde eten. Zo keerde de rust weer terug. Hij had geleerd dat afstand nemen hielp om tot rust te komen.
In hun eigen relatie kwamen die twee manieren regelmatig samen. Zodra er spanning ontstond, wilde zij praten. Ze stelde vragen en zocht contact. Hij had op zo’n moment tijd nodig en trok zich terug. Haar behoefte aan contact werd sterker zodra hij afstand nam. Zijn behoefte aan rust nam toe wanneer zij het gesprek wilde voortzetten. Beiden deden wat ze vanuit hun eigen geschiedenis hadden geleerd.
Tijdens een sessie tekende ik twee grote cirkels op een vel papier. Ik vroeg hun wat er vroeger thuis gebeurde wanneer iemand boos of verdrietig was. Terwijl ze vertelden, vulden we de cirkels. Zij vertelde over de gesprekken aan de keukentafel. Hij vertelde over de rust die in zijn gezin ontstond wanneer iedereen even zijn eigen gang ging. Op een gegeven moment zei ik: “Volgens mij zijn jullie allebei heel normaal.” Ze moesten lachen.
Het gesprek veranderde daarna. Ze werden nieuwsgierig naar waar hun reacties vandaan kwamen en begonnen vragen aan elkaar te stellen. Wat heb jij nodig als je boos bent? Wanneer helpt praten voor jou? Hoe merk ik dat je even tijd nodig hebt? En wanneer kunnen we het gesprek weer oppakken? Zo kwamen ze uit bij een veel interessantere vraag: welk normaal willen wij samen ontwikkelen?
Ik vind dat een mooie vraag voor relaties. Je begint allebei met een eigen geschiedenis en bouwt vanaf daar samen verder. Sommige gewoontes neem je graag mee. Andere krijgen gaandeweg een andere vorm. Je ontdekt wat voor jullie werkt en maakt afspraken die passen bij het leven dat jullie samen hebben.
Dat zie ik ook bij jonge ouders. Ik begeleidde eens een stel dat vaak ruzie kreeg over de kinderen. Zij was opgegroeid met duidelijke ritmes. Eten gebeurde op vaste tijden en er was een vaste bedtijd. Die structuur kende ze goed en gaf haar rust. Haar partner kwam uit een gezin waarin het dagelijks leven spontaner verliep. Plannen veranderden makkelijk en er werd veel op het moment zelf besloten.
Toen zij kinderen kregen, namen ze allebei hun vertrouwde gewoontes mee in hun gezin. Zij hield de klok in de gaten en wilde graag weten hoe laat ze zouden eten. Hij kon om vijf uur voorstellen om nog ergens naartoe te gaan en onderweg wel te bedenken waar ze zouden eten. Beiden vonden hun eigen manier heel gewoon.
Tijdens onze gesprekken onderzochten ze welke onderdelen voor hen belangrijk waren. Zij merkte hoeveel rust een vast ritme haar gaf. Hij vertelde hoeveel plezier hij haalde uit spontaniteit en ruimte om plannen te veranderen. Uiteindelijk maakten ze afspraken die bij hun gezin pasten. Doordeweeks kozen ze voor een aantal vaste momenten. In het weekend lieten ze meer open. Zo ontstond er een gezinsritme dat ze samen hadden gemaakt.
Veel irritaties in relaties beginnen bij iets wat voor jezelf zo vanzelfsprekend is dat je nauwelijks beseft dat er ook andere manieren bestaan. Je denkt er simpelweg niet over na waarom jij vindt dat verjaardagen altijd met de hele familie gevierd worden, waarom geld eerst gespaard moet worden, waarom je iedere avond samen wilt eten of waarom je tijdens een conflict graag meteen wilt praten. Je kent het al zo lang.
Daarom vraag ik mensen regelmatig waar hun idee van normaal vandaan komt. Die vraag brengt vaak verhalen naar boven die veel verder teruggaan dan de ruzie van die week. Iemand vertelt ineens dat zijn vader iedere zondag bij zijn oma op bezoek ging en dat familiebezoek daardoor verbonden is geraakt met zorg en loyaliteit. Een ander herinnert zich hoe er thuis spanning ontstond zodra er geld werd uitgegeven en begrijpt beter waarom sparen zoveel veiligheid geeft.
Wanneer je de achtergrond van een gewoonte kent, wordt het gedrag van je partner vaak begrijpelijker. Je hoort het verhaal achter iets waar je je eerder vooral aan ergerde. Je kunt vervolgens samen onderzoeken welke plek die gewoonte in jullie eigen relatie krijgt.
Dat vraagt ook nieuwsgierigheid naar je eigen cirkel. Waarom vind ik dit zo vanzelfsprekend? Waar heb ik dit geleerd? Wat betekent het voor mij wanneer mijn partner het anders doet? Welke behoefte zit er bij mij onder? Zulke vragen kunnen veel duidelijk maken over de lading die een klein verschil soms krijgt.
Een discussie over op tijd komen kan bijvoorbeeld raken aan betrouwbaarheid. Een gesprek over geld kan verbonden zijn met veiligheid. De verdeling van het huishouden kan iets oproepen rond waardering en gezien worden. Zodra je begrijpt wat iets voor jou betekent, kun je dat ook beter vertellen aan degene met wie je samenleeft.
Er blijven onderwerpen waarop partners verschillend denken. Soms gaat het om dagelijkse gewoontes en soms raakt het aan waarden die voor iemand heel belangrijk zijn. Ook dan helpt het om te weten vanuit welke geschiedenis en behoefte iemand spreekt. Dat geeft informatie waarmee je samen verder kunt onderzoeken wat mogelijk is.
De twee cirkels waarmee ik tijdens gesprekken werk, vind ik daarom zo behulpzaam. Je kunt letterlijk zien wat ieder heeft meegebracht. Vervolgens kun je een derde cirkel tekenen voor het leven dat je samen aan het opbouwen bent. Daarin komen de afspraken, gewoontes en waarden die bij jullie relatie passen. Die derde cirkel groeit mee. Een verhuizing, kinderen, ziekte, ander werk of ouder wordende ouders kunnen opnieuw vragen om te kijken wat jullie samen nodig hebben.
Misschien kun je eens stilstaan bij iets wat jij heel normaal vindt in je relatie. Iets waarvan je bijna automatisch verwacht dat je partner er hetzelfde over denkt. Vraag jezelf eens af waar je dat hebt geleerd en wat het voor jou betekent. Vraag daarna eens hoe dat vroeger bij je partner thuis ging. Grote kans dat je een verhaal hoort dat je nog niet kende.
Samenleven betekent dat twee levensgeschiedenissen iedere dag aan dezelfde keukentafel zitten. Gaandeweg ontstaat daar een manier van leven die van jullie samen wordt. Jullie eigen normaal krijgt daarin een plek en jullie maken nieuwe gewoontes die passen bij wie jullie inmiddels zijn. Misschien kijk je daarna bij de volgende discussie even naar elkaar en denk je: hoe zullen we dit in ónze cirkel doen?





Opmerkingen