Wanneer iets pijn doet

Wanneer je arm pijn doet, ga je naar de dokter. Je vertelt waar het pijn doet, hoelang je er al last van hebt en wanneer de pijn erger wordt. De dokter onderzoekt je arm. Hij voelt, kijkt, stelt vragen en probeert te begrijpen waar de pijn vandaan komt. Daarna wordt gekeken wat er nodig is om je arm te laten herstellen.
Ik moest daaraan denken omdat we bij emotionele pijn vaak heel anders reageren. We willen er vanaf. Het verdriet moet weg. De angst moet stoppen. De boosheid zit ons in de weg. De onzekerheid maakt het leven ingewikkeld. Een herinnering blijft zich aandienen en we zouden hem het liefst uit ons hoofd verwijderen.
In mijn praktijk hoor ik regelmatig iemand zeggen: “Kun je ervoor zorgen dat ik hier geen last meer van heb?” Ik begrijp die vraag heel goed. Pijn is vermoeiend. Zeker wanneer iets al jaren meespeelt en steeds opnieuw naar boven komt. Je kunt op een gegeven moment verlangen naar rust in je hoofd en in je lijf.
Toch vind ik het een interessante vraag. Want wat bedoelen we wanneer we zeggen dat iets weg moet? Welk deel van onszelf proberen we dan weg te krijgen?
Een vrouw die ik begeleidde, had veel last van boosheid. Ze vond zichzelf er onaardig door. De boosheid kwam vooral naar boven wanneer iemand over haar grenzen ging. Ze wilde rustiger reageren en schaamde zich achteraf voor wat ze had gezegd. Tijdens onze gesprekken gingen we kijken naar die boosheid. Wanneer kwam ze op? Wat gebeurde er vlak daarvoor? Wat voelde ze in haar lichaam? Wat maakte haar zo kwaad?
Langzaam werd zichtbaar hoeveel ze jarenlang had ingeslikt. Ze paste zich gemakkelijk aan en voelde vaak al snel wat andere mensen nodig hadden. Haar eigen grens merkte ze meestal pas op wanneer iemand er al ver overheen was gegaan. Op dat moment kwam de boosheid met volle kracht.
Die boosheid had dus informatie. Ze vertelde haar dat er iets gebeurde wat voor haar te ver ging. Vanaf het moment dat ze eerder begon te herkennen wat ze voelde, kon ze ook eerder aangeven wat ze wilde. De boosheid hoefde daardoor minder hard te worden.
Zo kijk ik vaak naar emoties. Angst, verdriet, boosheid, jaloezie, onzekerheid en schaamte kunnen lastig zijn om te voelen. Ze horen ook bij ons. Ze zijn ergens ontstaan en hebben deel uitgemaakt van hoe we ons door het leven hebben bewogen.
Sommige delen van onszelf zijn heel jong. Ze dragen ervaringen mee uit een periode waarin we nog weinig mogelijkheden hadden om te begrijpen wat er gebeurde. Een kind dat zich afgewezen voelt, kan bijvoorbeeld besluiten om voortaan extra zijn best te doen. Een kind dat thuis veel spanning ervaart, kan heel goed worden in het aanvoelen van de sfeer. Een kind dat weinig ruimte ervaart voor verdriet, kan leren om tranen snel weg te slikken.
Jaren later kunnen zulke manieren van reageren nog steeds aanwezig zijn. Je bent volwassen geworden en ergens in jou bestaat die oude reactie nog. Soms merk je dat doordat een situatie veel meer met je doet dan je zou verwachten. Iemand zegt iets kleins en je voelt je diep geraakt. Een ander reageert even kort en je bent uren bezig met de vraag of je iets verkeerd hebt gedaan. Je weet met je verstand best dat er weinig aan de hand hoeft te zijn en je lichaam reageert al.
Ik vind het dan weinig helpend om zo'n deel van jezelf als een probleem te behandelen dat verwijderd moet worden. Ik wil weten waarom het er is. Wat heeft het meegemaakt? Waar reageert het op? Waar probeert het je tegen te beschermen? Wat heeft het nodig?
Daarom gebruikte ik in de afbeelding bij deze blog het beeld van een pijnlijke arm. Wanneer een arm pijn doet, onderzoeken we de arm. We hakken hem er niet af omdat hij pijn veroorzaakt. Bij emotionele pijn zouden we onszelf diezelfde nieuwsgierigheid mogen gunnen.
Dat vraagt soms moed. Het is veel gemakkelijker om te zeggen dat je van je onzekerheid af wilt dan om te onderzoeken waar die onzekerheid ooit is ontstaan. Boosheid weg willen hebben voelt eenvoudiger dan ontdekken hoeveel grenzen je in je leven hebt laten passeren. Verdriet onderdrukken kan jarenlang lukken, totdat je merkt hoeveel energie het kost om het steeds binnen te houden.
In therapie werk ik daarom graag met de delen van iemand die aandacht vragen. Ik zie ze als delen van één mens, ieder met hun eigen geschiedenis en manier van reageren. Het ene deel kan bang zijn om verlaten te worden. Een ander deel houdt alles onder controle. Er kan een deel zijn dat hard werkt en doorgaat, omdat stilstaan ooit onveilig voelde. Soms kom je een heel jong deel tegen dat nog steeds verlangt naar iets wat het vroeger heeft gemist.
Ik vind het belangrijk om daar met zachtheid naar te kijken. Je hoeft jezelf niet te veroordelen om wat je onderweg hebt ontwikkeld. Je kunt gaan begrijpen waarom bepaalde reacties zijn ontstaan en onderzoeken of ze vandaag nog nodig zijn in de vorm waarin ze zich aandienen.
Dat betekent ook dat verandering tijd kan vragen. Wanneer je jarenlang op een bepaalde manier hebt gereageerd, verdwijnt dat meestal niet na één inzicht. Je kunt wel steeds sneller gaan herkennen wat er gebeurt. Je merkt bijvoorbeeld dat je lichaam aanspant voordat je boos wordt. Je voelt eerder dat je over je eigen grens heen gaat. Je herkent de neiging om jezelf klein te maken wanneer iemand kritiek geeft. Dat geeft je de mogelijkheid om op zo'n moment iets anders te doen.
Voor mij is dat een liefdevolle manier van omgaan met jezelf. Je hoeft innerlijke delen niet dood te schieten met het magische geweer waarover ik in de afbeelding schreef. Je mag ze leren kennen. Soms ontdek je dat een eigenschap waar je jarenlang last van had ook iets voor je heeft gedaan. Hij heeft je beschermd, geholpen, gewaarschuwd of door een moeilijke periode heen gebracht.
Je bent opgebouwd uit alles wat je hebt meegemaakt, gevoeld, geleerd en ontwikkeld. Sommige stukken daarvan vragen verzorging. Andere mogen zachter worden of een andere plek krijgen in je leven. En soms helpt het al wanneer je kunt zeggen: ik begrijp inmiddels waarom jij er bent.





Opmerkingen