Wanneer een kind niet beschermd wordt
- Tessa van Rossen
- 23 jul
- 6 minuten om te lezen

Normaal schrijf ik graag over groei. Over vertrouwen op je gevoel. Over systemisch werk, persoonlijke ontwikkeling en de kracht die in ieder mens aanwezig is. Ik geloof oprecht dat er, hoe donker het soms ook lijkt, altijd een weg vooruit is.
Toch zijn er momenten waarop een verhaal me zo raakt dat ik er niet over kan zwijgen. De onderstaande blog gaat over enkele schrijnende situaties die ik hoor in mijn praktijk. En over de hoop die ik daarin heb.
De afgelopen jaren heb ik in mijn praktijk tientallen moeders ontmoet die verwikkeld zijn geraakt in vechtscheidingen, langdurige juridische procedures en situaties waarin zij, naar hun beleving, hun kinderen onvoldoende konden beschermen. Achter iedere rechtszaak schuilt een gezin. Achter ieder dossier zitten kinderen. En juist die kinderen lijken soms onzichtbaar te worden.
Vandaag wil ik twee van die verhalen met je delen. De namen heb ik veranderd en sommige details heb ik aangepast om de privacy te beschermen. Maar de essentie is waar. En eerlijk gezegd heb ik de meest schokkende details nog weggelaten.
Toen Toosje voor het eerst bij mij kwam, was ze niet alleen moe. Ze was aan het overleven.
Ze had een ex-partner die haar, volgens haar relaas, jarenlang had mishandeld, seksueel had misbruikt, de kinderen had opgesloten en haar na de relatie bleef stalken. Ze leefde voortdurend in angst. Niet alleen voor zichzelf, maar vooral voor haar kinderen.
Ondanks een straatverbod en ondanks uitgebreid politieonderzoek naar de situatie rondom de kinderen, besloot de officier van justitie dat er onvoldoende juridische grond was om de vader het contact met de kinderen te ontzeggen. De kinderen moesten dus gewoon naar hun vader blijven gaan.
Ik weet nog dat ik dacht: hoe is dit mogelijk?
Toosje mocht vanwege het straatverbod zelf geen contact met haar ex hebben. Dat betekende dat zij telkens iemand anders moest regelen die de kinderen naar hem toe bracht en weer ophaalde. Iedere week opnieuw.
Wanneer de kinderen terugkwamen, zaten ze vol verhalen over hun "slechte mama" en hun "zielige papa". Volgens Toosje werden zij voortdurend belast met uitspraken die niet bij kinderen horen. Zij zag hoe haar kinderen steeds verder klem kwamen te zitten.
En zij stond machteloos. Jarenlang begeleidde ik haar. Ik kon de rechtszaken niet oplossen.
Maar ik wilde haar helpen overeind te blijven. Want Toosje was ongelooflijk sterk.
Ze werkte voor twee. Haar ex-partner betaalde volgens haar geen alimentatie en doordat hij financieel vermogend was, kon hij procedures eindeloos rekken. Hij had haar ooit gezegd dat hij haar kapot zou maken. Volgens Toosje deed hij er alles aan om die belofte waar te maken.
Toch stond zij iedere ochtend weer op. Ze ging werken. Ze zorgde voor haar kinderen. Ze bleef moeder. Samen werkten we eraan dat hij haar niet ook van binnen kapot zou maken.
Langzaam leerde ze minder geraakt te worden door zijn dagelijkse berichten. Ze kreeg meer grip op haar emoties en leerde haar aandacht steeds opnieuw terug te brengen naar datgene waar zij wél invloed op had.
Maar gemakkelijk werd het nooit.
Haar zoon werd steeds onzekerder. Toosje wilde psychologische hulp voor hem zoeken. Alleen... daarvoor was toestemming van vader nodig. Die toestemming kwam er niet.
Dus gebeurde iets wat eigenlijk niet zou hoeven gebeuren.
In stilte werd hulp gezocht. Niet omdat Toosje regels wilde overtreden, maar omdat zij vond dat haar zoon hulp nodig had. Tegelijk leefde ze voortdurend met de angst dat haar zoon dit tegen zijn vader zou vertellen. Want als dat gebeurde, wist ze vrijwel zeker dat er weer een advocaat zou worden ingeschakeld en de volgende rechtszaak zou volgen.
Werkelijk alles leek uiteindelijk weer bij Toosje terecht te komen.
Op een dag besloot vader dat de omgangsdag moest veranderen. Uitgerekend naar de enige vrije dag die Toosje had. Op die dag had zij juist de zwemlessen van de kinderen gepland. De rechter oordeelde dat Toosje dan maar een andere oplossing voor de zwemlessen moest zoeken. Want vader had recht om de kinderen te zien. Gelukkig dacht haar werkgever mee. Zij mocht tijdens werktijd even weg om haar kinderen naar zwemles te brengen. Misschien klinkt dat als een klein detail. Maar als je jarenlang voortdurend moet improviseren, voortdurend nieuwe oplossingen moet bedenken, voortdurend moet vechten voor de meest basale dingen, dan raakt je lichaam uitgeput.
Toosje liep op haar tenen. Ze was moe. Ze was op. En toch ging ze door.
Alsof dat nog niet genoeg was, was zij ook verplicht haar ex-partner wekelijks te informeren over de kinderen. Ze moest verslagen schrijven aan de man die haar, volgens haar relaas, jarenlang had mishandeld en die volgens haar ook de kinderen psychisch bleef belasten.
Iedere keer opnieuw moest zij haar eigen gevoelens opzijzetten.
Niet voor zichzelf. Maar voor haar kinderen.
Omdat het Nederlandse rechtssysteem, zoals zij dat ervoer, het recht van de vader op contact zwaarder liet wegen dan de veiligheid die zij voor haar kinderen probeerde te creëren.
Toosje is niet de enige.
Ook Hilde kwam ooit mijn praktijk binnen.
Zij had jarenlang een co-ouderschapsregeling die naar tevredenheid verliep. Ze was daar zelfs blij mee. Ze had haar zoon Sem jong gekregen en doordat de zorg werd gedeeld, had ze naast het moederschap ook nog ruimte om haar eigen leven vorm te geven.
Tot Sem op een dag tijdens het spelen in de speeltuin iets vertelde.
Hij vertelde dat papa foto's van hem maakte en zijn vinger in zijn billen stopte. Hij vertelde over spelletjes die hij met de hond speelde. "Billenbijten" noemde hij dat. "Het doet even pijn, maar het gaat vanzelf weer over," zou zijn vader volgens Sem tegen de hond hebben gezegd.
In de weken daarna vertelde Sem steeds meer. Niet alleen met woorden. Ook in zijn spel.
De kinderopvang trok uiteindelijk ook aan de bel. Sem verzon spelletjes met andere kinderen die niet pasten bij een jongen van drieënhalf jaar. Hilde schrok enorm. Ze deed wat iedere moeder zou doen. Ze zocht hulp. Ze ging naar de politie. Ze belde advocaten.
Niet vijf. Niet tien. Meer dan vijftig. Ze ging naar de politie. Er werd een onderzoek gestart. Na medisch onderzoek zouden er volgens haar zelfs aanwijzingen voor lichamelijke schade zijn gevonden.
Toch besloot de officier van justitie uiteindelijk dat de haalbaarheid van een strafzaak onvoldoende werd geacht om prioriteit aan het onderzoek te geven. Door personeelstekorten en de werkdruk bleef de zaak volgens Hilde liggen tussen vele andere dossiers. Ik vond dat bijna niet te bevatten.
Dit zijn slechts twee van vele verhalen uit mijn praktijk. En geloof me... Ik heb de meest schokkende details nog weggelaten. Normaal schrijf ik liever niet over dit soort onderwerpen. Maar het raakt me. Diep. Omdat ik zie hoeveel ouders alles op alles zetten om hun kinderen veilig te houden. Omdat ik zie hoeveel moeders niet bezig zijn met het buitensluiten van een vader, maar juist verlangen naar een liefdevolle, betrokken vader voor hun kinderen.
Dat beeld herken ik veel vaker dan het beeld van de moeder die een vader koste wat kost wil verstoten.
De meeste moeders in mijn praktijk willen juist graag een betrokken vader. Iemand die verantwoordelijkheid neemt. Iemand die hun kinderen liefde geeft. Ze kunnen vaak prima omgaan met hun eigen pijn. Ze gunnen zichzelf zelfs af en toe een vrije middag.
Waar zij voor vechten is niet het uitsluiten van een vader.
Waar zij voor vechten is veiligheid.
En toch hoor ik keer op keer hoe jonge kinderen niet serieus worden genomen omdat zij te jong zouden zijn, dingen zouden kunnen verzinnen of beïnvloed zouden zijn. Ik zie dossiers blijven liggen omdat er personeelstekorten zijn. Ik zie hoe moeders soms worden weggezet als ouderverstotend, terwijl zij in werkelijkheid vooral proberen hun kinderen te beschermen.
Dat betekent niet dat iedere beschuldiging waar is. Natuurlijk moeten onderzoeken zorgvuldig gebeuren. Natuurlijk moet ook een vader beschermd worden tegen onterechte beschuldigingen. Ook die andere kant heb ik mogen ondersteunen in mijn praktijk waarbij een vader werd beschuldigd van iets wat hij niet gedaan had. waarbij de dochter dat jaren later ook aangaf. Ook dat is schrijnend en verwoestend.
Maar ondertussen tikt de tijd door. En een kind groeit iedere dag verder.
Toch blijf ik hoop houden
Misschien verwacht je na alles wat je hebt gelezen dat ik eindig in wanhoop.
Maar dat doe ik niet. Want ondanks alles zie ik óók iets anders.
Ik zie kinderen die, ondanks de trauma's die zij hebben meegemaakt, uiteindelijk opveren. Kinderen die later anderen gaan helpen. Kinderen die juist door alles wat ze hebben meegemaakt een enorm empathisch vermogen ontwikkelen. Ik zie moeders die, ondanks alle tegenwerking, briljante oplossingen bedenken om hun kinderen toch veiligheid te bieden.
Ik zie hulpverleners, leerkrachten, werkgevers, familieleden en vrienden die opstaan wanneer het systeem tekortschiet. En dat geeft me hoop. Misschien moeten we het uiteindelijk samen doen. Wij mensen. Wij ouders. Wij hulpverleners. Wij buren. Wij leerkrachten.
Want ieder kind verdient het om veilig op te groeien.
Mocht jij naar aanleiding van deze blog jouw verhaal met mij willen delen, of heb jij een oplossing gevonden in een situatie die uitzichtloos leek, laat het me dan weten.
Niet omdat ik denk dat we alle problemen kunnen oplossen. Maar omdat ik geloof dat we elkaar kunnen helpen. Dat we kennis kunnen delen. Dat we elkaar kunnen dragen.
En dat we samen misschien nét dat verschil kunnen maken voor een kind dat het zo hard nodig heeft.
Want uiteindelijk zijn het niet de systemen die kinderen grootbrengen.
Dat zijn mensen.
En ik blijf geloven in de kracht van mensen.




Opmerkingen