Liesje, Het meisje dat op haar tenen liep
- Tessa van Rossen
- 15 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

In mijn praktijk kwam moeder Karin met haar dochtertje Lies. Lies was vier jaar en liep letterlijk op haar tenen.
Terwijl Karin en ik spraken, speelde Lies zachtjes in een hoek van de ruimte. Ze maakte geen lawaai, vroeg niets, eiste niets. Ze was er, maar leek tegelijk een beetje afwezig. Alsof ze elk moment weer moest verdwijnen.
Wat me opviel, was haar houding. Niet alleen fysiek — het op haar tenen lopen — maar energetisch. Ze stond niet stevig op de grond. Niet omdat haar lijf dat niet kon, maar omdat haar systeem dat niet durfde.
Lies laveerde tussen twee werelden.
Haar ouders waren gescheiden. Beide ouders hadden inmiddels een nieuw gezin gevormd. Nieuwe partners, nieuwe huizen, halfbroertjes en -zusjes.
Die kinderen waren altijd “thuis”. Bij papa óf bij mama. Maar Lies niet.
Zij ging heen en weer. Altijd onderweg. Nooit ergens blijvend.
En hoe jong ze ook was — haar lichaam wist dat al.
Tussen twee systemen
In systemisch werk zien we het vaak: wanneer een nieuw gezin ontstaat, krijgt dat nieuwe systeem vanzelf prioriteit.
Niet omdat iemand iets fout doet. Niet uit onwil of gebrek aan liefde. Maar omdat systemen zich zo ordenen. Nieuw gaat voor oud.
Voor een volwassene is dat te begrijpen. Voor een kind niet.
Lies bevond zich letterlijk tussen twee systemen. Ze hoorde bij papa én bij mama, maar voelde zich nergens volledig onderdeel van het geheel.
De andere kinderen hadden een vaste plek. Een bed dat altijd hetzelfde was. Een dagelijkse structuur die bleef. Zij hoefden niet weg.
Lies daarentegen moest steeds weer vertrekken.
En voor Lies voelde dat niet als: ik ga op bezoek. Maar als: ik moet weg.
Alsof zij degene was die steeds verplaatst werd. Alsof haar plek minder zeker was.
Dat maakte haar klein. Voorzichtig. Aanwezig op halve kracht.
Het lichaam vertelt dan het verhaal: op de tenen lopen, niet helemaal landen, niet volledig ruimte innemen.
Voldoende liefde, alleen te weinig "eigen" plek
Wat belangrijk is om te zeggen: Lies had liefdevolle ouders. Betrokken ouders. Goede ouders.
Dit verhaal gaat niet over tekort aan liefde. Het gaat over tekort aan plek.
Voor jonge kinderen is een eigen plek essentieel. Een plek die niet hoeft te concurreren met andere rollen. Een plek waar ze even niets hoeven te zijn behalve zichzelf.
Wat Lies nodig had, was geen uitleg. Geen schema’s. Geen gesprekken over haar.
Ze had nodig:
een gevoel van thuishoren
exclusieve aandacht van haar biologische ouders
momenten waarin ze niet hoefde te delen
Bij voorkeur ook één-op-één momenten. Even alleen met papa. Even alleen met mama.
Niet omdat ze verwend moest worden, maar omdat haar systeem bevestiging nodig had: ik mag er nog zijn, ook al is mijn systeem gesplitst.
Van ‘weg moeten’ naar ‘voorrecht’
Het advies dat ik Karin gaf, ging daarom niet over harder je best doen —maar over het herschrijven van de betekenis.
Voor Lies voelde het wisselen als: ik word weggestuurd.
Dat beeld moest veranderen.
Ik stelde voor om de momenten waarop Lies naar de andere ouder ging, anders te laden. Niet als iets wat haar afnam van het gezin, maar als iets wat haar gegeven werd.
Bijvoorbeeld:
de andere kinderen betrekken in de voorpret
benoemen dat Lies iets extra’s krijgt
het wisselmoment zien als een voorrecht, niet als gemis
Wanneer de kinderen die achterblijven voelen: wij zouden ook wel mee willen, verschuift de energie.
Dan verandert Lies’ positie. Van het kind dat steeds vertrekt naar het kind dat iets bijzonders heeft.
Dat maakt haar steviger. Veiliger. Minder apart van de rest.
Een eigen plek , "een eigen systeem"
Veel mensen zijn bang om het verschil aan te kijken. Lies haar systeem, haar biologische ouders zijn inderdaad los van elkaar. Daar zit een pijn. Hoe graag je als ouders ook die pijn van je kind wilt verzachten, deze is er. Het erkennen, dat doet zeer. Je hebt twee plekken en dat is het.
Door naast het nieuwe gezin ook een op een activiteiten met Lies te doen, is er erkenning - 'ja het is anders en tegelijkertijd is er verzachting, want we zijn er -allebei- nog steeds voor jou op onze eigen manier.'
En vaak zie je dan iets moois gebeuren in dit soort situaties: kinderen landen weer in hun lijf.
Ze gaan met hun voeten op de grond staan.
Ze hoeven niet meer op hun tenen te lopen.




Opmerkingen