Het orkest
- Tessa van Rossen
- 7 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Onlangs zat er een vrouw tegenover mij in de praktijk die worstelde met haar nieuwe leidinggevende. Ze vertelde dat er sinds zijn komst iets was veranderd op haar werk. Niet in haar werk zelf, want dat deed ze nog steeds met plezier. Het zat hem vooral in de manier waarop haar leidinggevende communiceerde, beslissingen nam en naar situaties keek. Ze begreep hem niet altijd. Soms ergerde ze zich aan hem. Soms voelde ze weerstand. En steeds vaker vroeg ze zich af of zij misschien niet meer op haar plek zat.
Terwijl ik naar haar luisterde, kwam er een beeld in mij op.
Ik vroeg haar of ze zich eens een orkest wilde voorstellen.
"Stel dat jij fluit speelt," zei ik. "Naast jou zit iemand met een trombone. Verderop zit een violist en achter je een slagwerker."
Ze glimlachte.
"Zou het een mooi orkest zijn als iedereen fluit speelde?"
"Natuurlijk niet," antwoordde ze.
"Waarom niet?"
"Omdat je juist verschillende instrumenten nodig hebt."
Dat was precies waar het over ging.
In een orkest spelen mensen niet hetzelfde instrument. Ze spelen ook niet dezelfde noten. Soms klinken de tonen zelfs totaal anders dan je zelf zou kiezen. Toch ontstaat juist daardoor muziek. Het probleem ontstaat vaak niet doordat de ander een trombone speelt terwijl jij fluit speelt. Het probleem ontstaat wanneer je steeds meer naar de trombone gaat luisteren en steeds minder naar je eigen muziek.
Wat zou er gebeuren als jij tijdens een concert voortdurend op het muziekblad van de trombonist kijkt? Als je gaat beoordelen of hij wel de juiste noten speelt? Of als je vindt dat hij eigenlijk zou moeten fluiten zoals jij?
Dan raak je afgeleid van je eigen muziekstuk.
Dan ga je van je eigen plek af.
Langzaam maar zeker verlies je contact met de noten die jij eigenlijk zou moeten spelen.
Dat betekent niet dat je alles mooi hoeft te vinden wat een ander doet. Ook in een orkest zijn er momenten waarop een trombone heel anders klinkt dan een fluit. Soms klinkt het zelfs helemaal niet zoals jij het zelf zou willen horen. Maar de kracht van muziek zit niet in het gelijkmaken van alle instrumenten. De kracht zit erin dat ieder instrument zijn eigen bijdrage levert en zijn eigen toon blijft spelen.
Dat vraagt iets van ons.
Het vraagt dat we leren luisteren naar onze eigen noten, ook wanneer de ander iets totaal anders laat horen. Het vraagt dat we leren voelen wat van ons is en wat van de ander. Dat we niet voortdurend proberen de muziek van de ander te corrigeren, maar oefenen in het vasthouden van onze eigen toon.
Eigenlijk geldt dat niet alleen voor muziek.
Het geldt voor relaties. Voor gezinnen. Voor vriendschappen. Voor teams. Voor organisaties.
Overal waar mensen samenkomen, klinken verschillende instrumenten tegelijk. Sommige mensen zijn rustig, anderen direct. Sommigen denken lang na voordat ze spreken, anderen reageren meteen. Sommigen zoeken harmonie, anderen houden van duidelijkheid. Het leven vraagt niet van ons dat iedereen hetzelfde wordt. Het vraagt van ons dat we leren onze eigen plek in te nemen zonder de plek van de ander over te nemen.
Terwijl we hierover spraken, keek ze mij ineens lachend aan.
"Dat is eigenlijk wel grappig."
"Waarom?" vroeg ik.
"Omdat ik vroeger in een orkest heb gespeeld."
Van alle beelden die die middag hadden kunnen ontstaan, bleek juist deze metafoor rechtstreeks aan te sluiten bij haar eigen leven.
Ze ging die middag niet naar huis met een antwoord op de vraag of haar leidinggevende moest veranderen. Ze ging naar huis met een andere vraag.
Kan ik mijn eigen toon blijven spelen, ook wanneer de muziek om mij heen anders klinkt dan ik zou kiezen?
Misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen die het leven ons leert.
Niet dat iedereen hetzelfde moet spelen.
Maar dat jij jouw muziekstuk blijft spelen.




Opmerkingen