top of page

Leven tussen twee werelden

  • Foto van schrijver: Tessa van Rossen
    Tessa van Rossen
  • 5 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Soms heb ik het gevoel dat ik mijzelf in zestien stukjes moet verdelen.

Moeder zijn van een groot gezin is prachtig. Maar het is ook een leven vol beweging. Het ene moment zit ik in de auto onderweg naar school. Dan weer naar een sporttraining. Dan weer naar een ouderavond. Rapporten. Gesprekken. Agenda’s. Verhuizen. Verbouwen. Werk dat doorgaat. Kinderen die iets nodig hebben.

Soms voelt het alsof ik van het ene kind naar het andere rijd. Alsof mijn aandacht steeds opnieuw moet landen.

En dat doe ik graag. Want moeder zijn is voor mij een van de grootste vormen van liefde die er bestaat.

Maar er is ook een andere kant van mijn leven.

Wanneer ik werk, gebeurt er iets bijzonders.

Dan lijkt het alsof ik in de diepte verdwijn.

Het dagelijkse verdwijnt naar de achtergrond. Mijn aandacht wordt stil. En ergens in die stilte gebeurt er iets. Het is alsof ik even de ander word. Alsof ik voel waar de pijn zit. Waar iets wringt. Waar een beweging vastloopt.

Soms komt er dan een inzicht. Soms een beeld. Soms een zin die precies beschrijft wat er speelt.

En soms gebeurt er iets dat zelfs voor mij nog spannend voelt.

Een keer zat er een vrouw tegenover mij die net bij de dokter was geweest. Er werd gedacht aan longkanker. De angst was groot. De onzekerheid hing zwaar in de kamer.

Terwijl we spraken, probeerde ik te voelen wat er in haar lichaam gebeurde.

Maar ik kon het niet vinden.

Ik voelde spanning. Ik voelde angst. Maar ik voelde geen kanker. Dat uitspreken vond ik spannend. Want ik ben geen arts. En ik wil nooit dat iemand mijn woorden boven medische zorg plaatst.

Dus ik zeg altijd hetzelfde.

Ga altijd naar een dokter. Laat je onderzoeken. Vertrouw op medische kennis.

Maar wat ik voelde, bleek later te kloppen. Het was geen longkanker.

Dat soort momenten maken me nederig.

Ze laten me zien dat er soms informatie beschikbaar lijkt te zijn die we nog niet helemaal begrijpen.

Een andere keer zat er een vrouw tegenover mij met klachten waar niemand echt een verklaring voor had gevonden.

Terwijl ik luisterde, voelde ik een patroon. Alsof mijn lichaam iets probeerde na te bootsen wat er in haar lichaam gebeurde. Ik voelde waar de klacht zat. Ik voelde hoe het zich ontwikkelde.

En tot mijn eigen verbazing kwam er zelfs een deel van een naam van een syndroom naar boven.

Ik kende het niet. Ik had er nooit over gelezen. Maar later bleek dat het inderdaad bestond.

Dat zijn momenten waarop ik zelf ook even stil word. Het blijft me verbazen. Want hoe werkt zoiets.

Soms voelt het alsof ik even in het lichaam van de ander ga. Alsof mijn systeem iets oppikt wat daar aanwezig is.

En af en toe gebeurt er iets anders.

Dan voel ik een overleden persoon.

Soms als een stem en beeld in mijn hoofd. En vaak ook als een aanwezigheid in mijn lichaam. Dan voel ik verdriet. Of zorgen. Of pijn die niet van mij is.

En dan weet ik dat iemand die er niet meer is, toch nog iets wil laten zien.

Dat werk gaat meestal goed.

Ik heb geleerd om ermee om te gaan. Om mijzelf te beschermen. Om weer terug te keren naar mijn eigen lichaam. Maar ik moet ook altijd opletten.

Want wanneer ik te moe ben, of wanneer er te veel binnenkomt, dan neemt mijn lichaam het werk mee de nacht in. Dan komen er dromen. Dromen waarin alles verwerkt wordt wat ik heb gevoeld. Dromen die mij helpen om weer los te laten wat niet van mij is.

Dat is het moment waarop ik weet dat ik even rust moet nemen.

Dat ik weer terug moet naar mijn eigen leven.

Naar mijn kinderen. Naar het huis. Naar het gewone.

Want uiteindelijk leef ik tussen twee werelden.

De wereld van het alledaagse. Met boodschappen. Schooltassen. Rapporten. Verhuizen. Verbouwen.

En de wereld waarin mensen bij mij komen met hun diepste vragen.

En die vragen zijn vaak groot.

Tijdens de laatste paranormale avond voelde ik hoe diep de vragen van mensen gingen. Hoe kwetsbaar ze durfden te zijn. Hoeveel verdriet er soms onder hun woorden lag.

Dat raakte me.

Het bleef dagen bij me.

Het thema dat steeds terugkwam was verlies.

Mensen die een dierbare hadden verloren. Mensen die iemand moesten loslaten. Mensen die leefden met het gemis dat nooit helemaal verdwijnt.

Ik voelde hoe zwaar dat kan drukken op een leven. Mijn dagen zijn gevuld met het grote in het dagelijkse. Pijn, verdriet, gemis, verlies, angst, twijfel, vragen...

Er was een vrouw die wist dat haar kindje niet zou blijven leven. Een andere vrouw die haar ongeboren kindje zou verliezen. Iemand met een ongeneeslijke ziekte. Mensen die geconfronteerd werden met dingen die alles in het leven in een ander perspectief zetten.

Op zulke momenten verdwijnen de kleine zorgen van het dagelijkse leven naar de achtergrond.

Dan zie je wat er werkelijk toe doet. Liefde. Verbinding. Gezondheid. Tijd.

Het raakt me elke keer opnieuw dat mensen mij hun verhaal toevertrouwen. Dat ze hun kwetsbaarheid laten zien.

En misschien is dat wel de kern van mijn werk.

Niet dat ik alles weet.

Niet dat ik antwoorden heb op alle vragen.

Maar dat ik bereid ben om te voelen. Hen écht waar te nemen. Woorden te geven aan wat er is. Om te luisteren.

Om even naast iemand te gaan staan in dat stuk van het leven waar het pijn doet.

En dan verschijnt er vaak een volgende stap.

Een klein beetje licht.

Precies genoeg om weer verder te kunnen.

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page