top of page

Gewoon Tessa

Foto van schrijver: Tessa van Rossen
Tessa van Rossen
18 sep
7 minuten om te lezen

De laatste tijd is het druk geweest. En met druk bedoel ik niet de gewone drukte van boodschappen doen, werken, het huis schoonmaken en zorgen dat iedereen op tijd ergens verschijnt. Hoewel dat met een groot gezin op zichzelf soms al een volledige dagtaak is.

Naast mijn werk, mijn gezin en de bedrijven had ik een audit voor het Inspiratiecollege. Het Inspiratiecollege had ik de afgelopen tijd wat meer op een laag pitje gezet, omdat bijna al mijn aandacht naar andere werkzaamheden ging. Dat betekende dat de voorbereiding op die audit uiteindelijk vooral nachtwerk werd. Overdag ging alles gewoon door en zodra de kinderen in bed lagen, klapte ik mijn laptop weer open.

Daarnaast ben ik de afgelopen periode nauw betrokken geweest bij een dierbare cliënt die helaas is overleden. Dat heeft me geraakt en daar wil ik apart over schrijven, omdat het een eigen plek verdient.


En ondertussen ging Place It ook gewoon door. Daar kwam gelukkig heel mooi nieuws over. We kunnen starten met het onderzoek onder jongeren. Een school heeft besloten deel te nemen, waardoor we voldoende respondenten hebben om het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren. De Rijksuniversiteit Groningen is betrokken en onderzoeksbureau XOET werkt mee. Iets waar ik ontzettend blij mee ben.


En toch zat ik onlangs achter mijn computer en dacht ineens: waarom wil ik dit eigenlijk zo graag?

Het kost me tijd. Het kost geld. Het levert op dit moment geen geld op. En misschien nog wel het ergste: ik moet andere mensen om hulp vragen.

Dat laatste is niet bepaald mijn grootste talent.

Ik ben iemand die vrij gemakkelijk denkt: ik regel het zelf wel. Geef mij een probleem en ik ga ermee aan de slag. Ik zoek het uit, maak iets, bel iemand, werk desnoods een nacht door en zorg dat het voor elkaar komt. Alleen werkt wetenschappelijk onderzoek natuurlijk niet zo. Daar heb je andere mensen voor nodig. Mensen die verstand hebben van onderzoek, statistiek, vragenlijsten en onderzoeksopzetten. Mensen die me willen helpen met het zoeken naar respondenten. Scholen die bereid zijn mee te werken. Jongeren die willen deelnemen. Mensen die kritisch naar Place It kijken.

Misschien is dat voor mij persoonlijk al een onderzoek op zichzelf: leren dat iets wat van mij is groter kan worden doordat ik andere mensen toelaat.


Want ondanks alle tijd, moeite en kosten voel ik heel duidelijk dat ik dit onderzoek wil doen.

Niet omdat ik de uitkomst al ken. Die ken ik helemaal niet.

In mijn praktijk heb ik inmiddels honderden Place Its gedaan. Ik zie wat er gebeurt wanneer mensen hun keuzemogelijkheden letterlijk in de ruimte neerleggen, erop gaan staan en ervaren wat een positie met hen doet. Ik zie mensen die vooraf eindeloos aan het nadenken waren ineens zeggen: “Hè, dit is gek. Hier word ik rustig.” Of: “Ik dacht dat ik dit wilde, maar als ik hier sta voelt het helemaal niet zo.” en van daaruit "doordat ik het nu gevoeld heb, heb ik meer rust. Kan ik de knoop doorhakken."

Dat zijn mijn ervaringen uit de praktijk. Wetenschappelijk onderzoek vraagt iets anders. Dan moet je meten of een effect ook daadwerkelijk aantoonbaar is.

En ik weet oprecht niet of dat gaat lukken.

Het onderzoek richt zich onder andere op de vraag of Place It kan helpen bij het verminderen van keuzestress en het vergroten van keuzehelderheid. Maar het resultaat is natuurlijk ook afhankelijk van de keuzes die jongeren inbrengen.

Als je mij vraagt of ik vanavond broccoli of bloemkool wil eten, kan ik daar best een Place It op doen. Alleen zal mijn lichaam waarschijnlijk niet in grote beroering raken wanneer ik op het kaartje ‘broccoli’ ga staan.

Het maakt me simpelweg niet zoveel uit.

Dat wordt anders wanneer een jongere moet kiezen welk beroep hij wil gaan doen, welke opleiding bij hem past of wanneer hij twijfelt over iets wat voor hem persoonlijk heel belangrijk is. Dan staat er iets op het spel. Er is verlangen, onzekerheid, spanning of angst om verkeerd te kiezen. Er valt daadwerkelijk iets te ervaren.


Daarom hoop ik dat de jongeren keuzes inbrengen die voor hen echt betekenis hebben. Keuzes waar ze oprecht iets bij voelen. Want wanneer er nauwelijks keuzestress is, valt er vanzelfsprekend ook minder vermindering van keuzestress te meten.

Dus ja, ik duim.

Ik duim ervoor dat we een onderzoek kunnen uitvoeren waarin Place It daadwerkelijk de kans krijgt om mensen te laten voelen!


Ondertussen ontdekte ik de afgelopen weken ook weer iets anders.

Als je heel veel ballen tegelijkertijd in de lucht probeert te houden, valt er af en toe eentje op de grond.

Ik was de afgelopen tijd niet honderd procent de moeder, partner of vriendin die ik graag wil zijn. Ik liet een maaltijd aanbranden. Ik zat bijna iedere avond weer achter mijn computer zodra de kinderen in bed lagen. Ik vergat een berichtje te sturen naar een vriendin.

En dan heb ik het nog niet eens over de ongeveer tweehonderd e-mails, WhatsApps en sms'jes die ergens op mij wachten.

Annerieke is op vakantie en normaal gesproken vangt zij daar een deel van op. Nu kijk ik soms naar mijn telefoon, zie alle rode bolletjes en denk: dat komt straks.

Straks blijkt vervolgens een rekbaar begrip.


Misschien herken je dat. Dat je zoveel dingen belangrijk vindt dat je ze allemaal goed wilt doen. Een goede moeder zijn. Een goede partner. Een goede vriendin. Goed zijn in je werk. Je afspraken nakomen. Mensen antwoorden. Er zijn wanneer iemand je nodig heeft.

En ondertussen ben je zelf ook nog ergens.


In diezelfde drukke periode hoorde ik vanuit verschillende hoeken ineens hetzelfde nieuws: Het Zesde Zintuig komt weer op televisie.

Dat deed iets met me.

Ik heb jaren geleden aan Het Zesde Zintuig meegedaan en daarna jarenlang mogen meewerken aan Plaats Delict. Vooral dat laatste werk heb ik als heel bijzonder ervaren. Ik vond het mooi wanneer ik voor nabestaanden informatie mocht doorgeven die hen hopelijk iets meer rust of duidelijkheid gaf.

Het wedstrijdelement van Het Zesde Zintuig vond ik destijds eigenlijk het minst leuke onderdeel.

Natuurlijk vond ik het fijn dat ik uiteindelijk mocht winnen. Ik heb daardoor ook iets heel bijzonders mogen ervaren: hoe het voelt wanneer mensen ineens massaal zeggen dat je ‘goed’ bent.


Beste paragnost van Nederland.


Dat klinkt nogal wat.

Erkenning is iets vreemds. Zeker wanneer je in je leven periodes hebt gekend waarin je je helemaal niet zo gezien of bijzonder voelde. Dan zou je misschien verwachten dat zo'n titel iets definitief verandert. Alsof iemand je een groot officieel certificaat geeft waarop staat:


Zie je wel. Jij bent goed genoeg.

En heel even kan het misschien ook zo voelen.

Alleen realiseerde ik me toen al, en nu opnieuw, dat zo'n titel uiteindelijk helemaal niets veranderde aan wie ik was.

Mijn manier van waarnemen veranderde er niet door. De dingen die ik doorkreeg werden niet ineens beter doordat er een televisiecamera bij stond. Mijn helderziendheid en intuïtie kregen door die overwinning geen upgrade.

Ik werd de volgende ochtend gewoon wakker als Tessa.

Dezelfde vrouw.

Met dezelfde kwaliteiten én dezelfde onzekerheden. Met dezelfde dingen die makkelijk gaan en dezelfde dingen waar ik soms tegenaan loop.

En nu, jaren later, vind ik dat misschien wel een van de waardevolste inzichten uit die hele periode.

Erkenning van buitenaf kan ontzettend fijn zijn. Een compliment kan je raken. Een prijs kan deuren openen. Zichtbaarheid kan ervoor zorgen dat mensen je werk leren kennen. Ik heb daar prachtige dingen door mogen meemaken en daar ben ik dankbaar voor.

Alleen je waarde woont daar niet.

Die kun je niet volledig laten afhangen van een televisieprogramma, een titel, een onderzoeksuitslag of de mening van andere mensen.

Misschien raakt dat zelfs aan wat ik nu met Place It aan het doen ben.

Want stel dat straks uit het onderzoek blijkt dat we een duidelijk effect kunnen meten. Natuurlijk zou ik daar ontzettend blij mee zijn. Het zou mogelijkheden geven om verder onderzoek te doen en Place It breder toe te passen. Het zou helpen om gevoel een plek te geven, hopelijk zelfs in het onderwijs!


En stel dat het effect veel kleiner blijkt dan ik verwacht.

Dan moet ik daar ook naar durven kijken. Want alles heeft zijn tijd en plaats.

Wetenschappelijk onderzoek is geen wedstrijd waarin Place It moet winnen. Het is een manier om nieuwsgierig te onderzoeken wat er gebeurt. Waar werkt het? Voor wie? Onder welke omstandigheden? Welke onderdelen dragen daaraan bij? En misschien ontdekken we onderweg dingen waar ik zelf nog nooit aan heb gedacht.

Eigenlijk vind ik dat steeds interessanter.


Vanuit verschillende kanten hoorde ik inmiddels dat er dus een nieuwe versie van Het Zesde Zintuig aankomt. Ik weet nog niet precies hoe het programma eruit gaat zien. Ik hoop vooral dat het een respectvol programma wordt waarin zorgvuldig wordt omgegaan met kandidaten, waarnemingen en de mensen om wie de verhalen draaien.

De productiemaatschappij die destijds Het Zesde Zintuig maakte, heb ik als integer ervaren. Dat vond ik belangrijk. Zeker bij onderwerpen rondom helderziendheid, vermissingen, overlijden en nabestaanden ligt sensatie natuurlijk snel op de loer. Ik hoop dat ze ook nu kiezen voor zorgvuldigheid en inhoud.

Hoe het uiteindelijk wordt, weet ik niet.

Ik ben vooral benieuwd.

Het nieuws heeft in ieder geval allerlei herinneringen bij me naar boven gehaald. Aan opnames, spanning, bijzondere waarnemingen, mensen die ik ontmoette en aan een periode waarin mijn leven ineens voor een deel op televisie te zien was.

Eigenlijk komt dat nieuws precies op een mooi moment voorbij. Want terwijl ik nu bezig ben met universiteiten, onderzoekers, scholen, vragenlijsten en het wetenschappelijk onderzoeken van voelen, word ik herinnerd aan een tijd waarin datzelfde voelen me ineens landelijke bekendheid gaf.

Er zijn inmiddels jaren verstreken. Er is veel veranderd.

En tegelijkertijd is de kern verrassend hetzelfde gebleven.

Ik ben reuze nieuwsgierig naar wat we als mens kunnen waarnemen. Naar wat ons lichaam ons vertelt. Naar intuïtie. Naar informatie die soms ontstaat voordat ons hoofd er woorden voor heeft. Ik wil het ervaren, onderzoeken en er (ook nuchtere) vragen over blijven stellen.

En tussen dat alles door probeer ik gewoon Tessa te zijn.

De moeder die soms het eten laat aanbranden. De vriendin die een bericht vergeet te sturen

. De ondernemer met tweehonderd onbeantwoorde berichten. De vrouw die midden in de nacht nog achter haar laptop zit omdat ze iets ontzettend graag de wereld in wil brengen.

Misschien hoeven we ook helemaal niet overal tegelijkertijd goed in te zijn.

Misschien mogen er af en toe een paar ballen op de grond vallen. Dan rapen we ze later wel weer op.

En misschien is dat uiteindelijk belangrijker dan welke titel of erkenning dan ook: dat je steeds opnieuw kunt voelen of de plek waar je staat nog klopt met wie je bent.

Voor mij voelt dat, midden in alle drukte, nog steeds als de goede plek.

Gewoon Tessa.

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page