top of page

Ben jij een vogeltje in de poep?

Foto van schrijver: Tessa van Rossen
Tessa van Rossen
1 dag geleden
5 minuten om te lezen

"Waarom doe ik dit nou weer?"

Die vraag hoor ik bijna dagelijks in mijn praktijk.

Mensen weten vaak heel goed dat een patroon hen geen goed doet. Ze herkennen het inmiddels feilloos. Ze weten dat ze weer te veel geven, opnieuw voor dezelfde soort partner kiezen, zichzelf wegcijferen of blijven hangen in een baan die hen al jaren ongelukkig maakt. Ze zien het gebeuren terwijl ze het doen. Toch voelt het bijna onmogelijk om een andere keuze te maken.

Dat is iets waar veel mensen zichzelf ontzettend om veroordelen. Ze denken dat ze zwak zijn, dat ze gewoon meer discipline zouden moeten hebben en dat ze beter zouden moeten weten. Mijn ervaring is dat het meestal heel anders werkt.

Ik gebruik daarvoor vaak een beeld dat misschien een beetje vreemd klinkt, maar dat bijna iedereen meteen begrijpt.

Stel je een klein vogeltje voor dat net uit het ei is gekomen. Tijdens een storm belandt het jong in een hoop poep. Daar ligt het. Het stinkt verschrikkelijk. Niemand zou ervoor kiezen om daar te blijven liggen. Toch gebeurt er iets bijzonders. De poep is warm. Hij voelt veilig. Het jonge vogeltje kent niets anders. Voor hem ís dat zijn wereld.

Wanneer iemand hem eruit zou tillen, zou hij waarschijnlijk schrikken. Ineens voelt hij wind, kou en ruimte. Hij ziet dingen die hij nog nooit heeft gezien. Alles voelt vreemd. Misschien wil hij zelfs wel terug. Niet omdat de poep zo'n fijne plek was, maar omdat het de enige plek was die hij kende.

In mijn praktijk zie ik dat veel oude patronen precies zo werken.

Ik denk aan Esther. Ze kwam binnen met een vermoeide glimlach. Ze vertelde dat ze opnieuw verliefd was geworden op een man die weinig beschikbaar was. Hij zei regelmatig afspraken af, reageerde soms dagen niet op haar berichten en wanneer hij aandacht gaf, voelde dat als een enorme opluchting.

"Ik weet dat het niet gezond is," zei ze. "Mijn vriendinnen zeggen allemaal dat ik weg moet lopen. Maar zodra ik afstand neem, krijg ik zoveel onrust dat ik toch weer terugga."

Tijdens onze gesprekken werd langzaam duidelijk dat Esther als kind voortdurend bezig was geweest om de aandacht van haar vader te verdienen. Hij kon ontzettend lief zijn, maar was ook vaak afwezig. Ze wist nooit precies waar ze aan toe was. Juist daardoor had haar zenuwstelsel geleerd dat liefde iets was waar je hard voor moest werken.

Voor Esther voelde een stabiele, beschikbare partner bijna saai. De onrust voelde vertrouwd.

Dat klinkt misschien vreemd. Toch zie ik het vaker. Wat vertrouwd voelt, voelt vaak veiliger dan wat gezond is. Dat betekent niet dat het werkelijk veiliger is. Ons brein maakt daar soms een andere berekening van. Het kiest eerder voor het bekende dan voor het onbekende, zelfs wanneer het bekende pijn doet.

Ik moest daar laatst ook aan denken toen een cliënt vertelde dat ze eindelijk ontslag had genomen bij haar werkgever. Jarenlang was ze gekleineerd door haar leidinggevende. Ze kreeg zelden een compliment, moest steeds harder werken en twijfelde voortdurend aan zichzelf.

Toen ze eindelijk een nieuwe baan vond, gebeurde er iets onverwachts. Ze werd ontzettend angstig. Ze sliep slecht en dacht er zelfs over om haar ontslag weer in te trekken. Ze wist heel goed hoeveel verdriet haar oude baan haar had gegeven, maar vertelde dat het voelde alsof ze zonder jas buiten liep.

"Ik weet niet wie ik ben zonder die baan," zei ze.

Dat vond ik zo'n mooie zin. Want eigenlijk beschreef ze precies wat er gebeurde. Ze stapte uit iets wat jarenlang haar wereld was geweest. Zoals het vogeltje dat uit de warme hoop poep wordt gehaald. Buiten is frisse lucht, ruimte en nieuwe mogelijkheden, maar die ruimte voelt in het begin vooral koud.

Ik denk dat veel mensen stoppen op dat moment. Ze denken dat het nieuwe pad verkeerd is, omdat het zo ongemakkelijk voelt. Mijn ervaring is juist dat ongemak soms een teken is dat je iets nieuws aan het leren bent.

Ik vergelijk het weleens met verhuizen. Wanneer je in een nieuw huis komt, weet je 's nachts niet waar de lichtknop zit. Je loopt tegen een kastje aan, zoekt naar de koffiekopjes en vergist je steeds in welke deur de badkamer is. Na een paar maanden denk je daar niet meer over na. Het nieuwe huis voelt dan als thuis.

Zo werkt het volgens mij ook met nieuwe patronen. Ze voelen in het begin vreemd, onwennig en soms zelfs een beetje eng. Dat betekent niet dat ze verkeerd zijn. Je zenuwstelsel heeft gewoon tijd nodig om te ontdekken dat deze nieuwe plek óók veilig kan zijn.

Ik zie dat regelmatig gebeuren na een EMDR-traject of wanneer iemand veel innerlijk werk heeft gedaan. Mensen zeggen dan: "Het is zo rustig in mijn hoofd. Ik vertrouw het eigenlijk niet."

Dat vind ik altijd bijzonder. Jarenlang leefden ze met spanning, onrust en voortdurende alertheid. Toen de rust eindelijk kwam, voelde juist die rust vreemd. Alsof er ieder moment weer iets mis kon gaan.

Ook dat is het vogeltje. Hij mist bijna de warmte van de poep waarin hij zo lang heeft gezeten. Niet omdat die plek goed voor hem was, maar omdat zijn hele systeem eraan gewend was geraakt.

Gelukkig blijft een mens niet altijd dat kleine vogeltje. We kunnen groeien. We kunnen nieuwe ervaringen opdoen. We kunnen ontdekken dat veiligheid ook zacht mag voelen, dat liefde rustig mag zijn, dat een baan energie mag geven, dat grenzen aangeven geen afwijzing hoeft op te leveren en dat ontvangen net zo vanzelfsprekend mag zijn als geven.

Dat proces kost tijd. Ik vergelijk het weleens met een bestelling bij de Chinees. Je bestelt, maar het eten staat niet dezelfde seconde op tafel. Er zit tijd tussen jouw keuze en het moment waarop je ervan kunt genieten.

Zo werkt verandering vaak ook. Je kiest vandaag voor een nieuw patroon. Je lichaam heeft vervolgens even tijd nodig om daarin mee te bewegen. Gun jezelf die tijd. Wanneer je halverwege terugloopt omdat het oude vertrouwd voelt, beland je opnieuw op dezelfde plek, terwijl je misschien nog maar een paar stappen verwijderd was van een leven dat veel beter bij je past.

Misschien is dat wel één van de moeilijkste lessen van persoonlijke groei. Dat wat gezond is, voelt in het begin lang niet altijd vertrouwd. En dat wat vertrouwd voelt, hoeft helemaal niet gezond te zijn.

Pas wanneer het vogeltje een tijdje buiten de hoop poep leeft, voelt het de zon op zijn veren, de wind onder zijn vleugels en ontdekt het hoeveel ruimte er eigenlijk is om te vliegen. Dan kijkt het misschien nog één keer achterom. Niet met verlangen, maar met verwondering. Verwondering over het feit dat het ooit dacht dat die kleine, warme hoop zijn hele wereld was.

Misschien herken jij zo'n plek in je eigen leven. Een patroon, een relatie, een overtuiging of een manier van leven die ooit veilig voelde, maar waar je inmiddels uit bent gegroeid. Wees dan mild voor jezelf als de eerste stappen ongemakkelijk voelen. Misschien ben je niet de weg kwijt. Misschien ben je gewoon voor het eerst aan het ontdekken hoe groot de wereld werkelijk is. En wie weet kijk je over een tijdje terug en denk je: "Ik wist niet eens dat er zóveel vrijheid bestond." 


 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page