Balans is noodzakelijk
- Tessa van Rossen
- 3 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Laatst vertelde iemand mij een verhaal waar ik later nog vaak aan terug heb gedacht.
Ze had een week op het huis van een vriendin gepast. Toen haar vriendin thuiskwam, stond er ineens een enorm cadeau voor de deur. Geen bos bloemen, geen doosje chocolade, maar iets dat zoveel waard was dat ze zich er ongemakkelijk door voelde.
Ze zei: "Ik durfde het eigenlijk niet aan te nemen."
Dat begreep ik meteen.
Want diep van binnen weten we allemaal dat sommige cadeaus niet meer voelen als een bedankje. Ze voelen als een schuld die je ooit weer zult moeten aflossen.
Ik gebruik daarom weleens een overdreven voorbeeld.
Stel dat jij een week op de kat van de buren past. Je geeft iedere dag eten, aait hem even en zorgt ervoor dat alles goed verloopt. Wanneer de buren thuiskomen, overhandigen ze je de sleutels van een Ferrari.
Waarschijnlijk zou je eerst denken dat het een grap was.
En daarna zou je je steeds ongemakkelijker gaan voelen.
Want hoe geef je ooit iets terug dat zoveel groter is dan wat jij hebt gedaan?
Misschien zou je de Ferrari zelfs weigeren.
Of misschien neem je hem aan, maar voelt iedere volgende ontmoeting met de buren ongemakkelijk. Iedere keer wanneer je hen ziet, word je herinnerd aan iets wat je nooit kunt terugbetalen.
Ik denk dat dit mechanisme veel vaker voorkomt dan we beseffen.
In mijn praktijk zie ik regelmatig mensen die ontzettend veel geven. Ze doen het vanuit liefde, vanuit betrokkenheid en omdat ze graag iets voor een ander betekenen. Dat is een prachtige eigenschap. Alleen zie ik ook dat geven soms zo groot wordt dat de ander zich steeds kleiner gaat voelen.
Ik denk aan Marjan. Haar vriendin was net moeder geworden en kon alle hulp goed gebruiken. Marjan kookte meerdere keren per week, deed de was, paste op, maakte het huis schoon en ging ondertussen ook nog boodschappen doen. Haar vriendin was in het begin ontzettend dankbaar. Ze zei vaak hoe blij ze was met haar moeder.
Na een paar maanden veranderde er iets.
De vriendin begon afspraken af te zeggen. Ze belde minder vaak en reageerde steeds korter op berichtjes. Marjan voelde zich afgewezen. Ze begreep er niets van. Ze had toch alleen maar geholpen?
Tijdens een gesprek vroeg ik haar hoeveel ruimte haar vriendin eigenlijk nog had om iets voor háár terug te doen.
Ze keek me verbaasd aan.
"Dat hoeft toch helemaal niet?" zei ze.
En natuurlijk hoefde dat niet.
Toch lijkt er in veel relaties een natuurlijke behoefte te bestaan aan wederkerigheid. Mensen vinden het fijn om iets terug te kunnen geven. Al is het maar een kop koffie, een bos bloemen of een luisterend oor op een moment dat de ander het nodig heeft.
Wanneer één persoon voortdurend geeft en de ander alleen maar ontvangt, kan er langzaam een ongemakkelijk gevoel ontstaan. Niet omdat iemand ondankbaar is, maar omdat ontvangen ook iets met je doet.
Je voelt dat de ander veel voor je over heeft. Je wilt iets terugdoen. Je wilt laten merken dat je de ander waardeert.
Wanneer dat niet lukt, kan schuldgevoel langzaam groeien.
Soms wordt dat gevoel zo groot dat mensen afstand gaan nemen.
Want ineens werd zichtbaar dat afstand soms helemaal geen gebrek aan liefde is.
Soms is afstand een manier om onder een steeds zwaarder wordend schuldgevoel uit te komen.
Ik geloof dat geven en ontvangen een beetje lijken op ademhalen.
Je ademt in.
Je ademt uit.
Beide bewegingen horen bij het leven.
Wanneer je alleen maar geeft, raak je uitgeput. Wanneer je alleen maar ontvangt, ontstaat er ongemak. Een gezonde relatie beweegt voortdurend tussen die twee.
Dat betekent niet dat alles altijd precies gelijk hoeft te zijn. Er zijn periodes waarin de één meer geeft dan de ander. Wanneer iemand ziek is, een kindje krijgt, een dierbare verliest of door een moeilijke periode gaat, is het heel vanzelfsprekend dat de balans tijdelijk verschuift.
Juist dát maakt liefde zo mooi.
Maar wanneer die scheve verhouding jarenlang blijft bestaan, gebeurt er vaak iets in de onderstroom van een relatie.
De gever voelt zich steeds verantwoordelijker. De ontvanger voelt zich steeds schuldiger.
En precies daar ontstaat soms afstand. Ik denk daarom vaak aan dat beeld van de Ferrari.
Als iemand op jouw kat past, geef je geen Ferrari.
Je geeft een bos bloemen.
Misschien nodig je diegene uit om een keer te komen eten.
Je laat merken dat je dankbaar bent, zonder dat jouw dankbaarheid zo groot wordt dat de ander zich ongemakkelijk gaat voelen.
Dat is eigenlijk de kunst van een gezonde relatie.
Geven op een manier die de ander ruimte laat om ook iets terug te geven.
Want ontvangen is veel meer dan iets aannemen.
Ontvangen betekent dat je de ander de kans geeft om óók van betekenis te zijn.
En geven betekent soms dat je jezelf afvraagt: is wat ik nu geef eigenlijk nog helpend, of wordt het zo groot dat de ander zich er steeds kleiner door gaat voelen?
Misschien is balans daarom één van de mooiste vormen van liefde.
Niet omdat alles precies eerlijk verdeeld moet zijn, maar omdat wederkerigheid ervoor zorgt dat beide mensen kunnen blijven staan. Niemand hoeft zich groter te maken dan de ander. Niemand hoeft gebukt te gaan onder een schuldgevoel dat nooit meer kan worden ingelost.
Misschien is het daarom goed om jezelf af en toe een eenvoudige vraag te stellen. Wanneer jij iets voor een ander doet, geef je dan een bos bloemen... of onbedoeld een Ferrari?
Want liefde groeit vaak het mooist wanneer geven en ontvangen allebei de ruimte krijgen. Dan ontstaat er geen schuld, maar verbinding. En juist in die verbinding voelen beide mensen zich vrij om steeds opnieuw voor elkaar te kiezen.





Opmerkingen