Baggeren in je verleden
- Tessa van Rossen
- 3 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen

Soms voelt het alsof je leven ineens tot stilstand komt. Je bent sneller moe, zit niet lekker in je vel, raakt sneller geïrriteerd of verdrietig en merkt dat je steeds dezelfde patronen blijft herhalen. Misschien vraag je jezelf af: Waarom lukt het me niet om hieruit te komen? Ik heb mijn verleden toch allang achter me gelaten? Toch is achter je laten niet hetzelfde als verwerken.
Ik vergelijk ons leven vaak met een rivier. Wanneer we geboren worden, stroomt die rivier helder en vrij. Het water kan alle kanten op en onze boot vaart moeiteloos met de stroom mee. In de loop van ons leven maken we echter van alles mee. Pijn, verdriet, angst, afwijzing, verlies, traumatische gebeurtenissen of situaties waarin we simpelweg moesten overleven. Lang niet alles krijgt de tijd om gevoeld en verwerkt te worden. Vaak móeten we door. Er is een gezin om voor te zorgen, een studie af te maken, een baan waar we naartoe moeten of kinderen die ons nodig hebben.
Datgene wat we niet verwerken, verdwijnt niet zomaar. Het zakt langzaam naar de bodem van onze rivier, net als slib. Eén laagje merk je nauwelijks, maar na jaren van onverwerkte ervaringen ontstaat er steeds meer bagger op de bodem. De rivier wordt ondieper en de boten die eerst moeiteloos konden varen, lopen langzaam vast. Zo werkt het ook in ons leven. Het slib van gisteren beïnvloedt de keuzes van vandaag. Oude pijn zorgt ervoor dat we blijven reageren vanuit oude overlevingsmechanismen. We passen ons aan om afwijzing te voorkomen, werken harder om ons waardevol te voelen, zorgen voor iedereen behalve voor onszelf of trekken ons juist terug omdat we ooit geleerd hebben dat dat veiliger was. Het verleden leeft dan onbewust nog steeds met ons mee.
Michael kwam bij mij omdat hij zichzelf volledig was kwijtgeraakt. Hij was een hardwerkende ondernemer die een prachtig bedrijf had opgebouwd. Mensen bewonderden hem om zijn doorzettingsvermogen. Hij werkte harder dan wie dan ook en leek alles voor elkaar te hebben. Achter dat succes zat echter een heel ander verhaal.
Toen Michael nog een jongen was, werd zijn moeder ernstig ziek. Ze kreeg borstkanker en moest regelmatig worden opgenomen in het ziekenhuis. Zijn vader kon de situatie nauwelijks aan en vluchtte steeds verder in de alcohol. Thuis was het onveilig. Er was spanning, verdriet en vooral een groot gevoel van machteloosheid. Wat Michael misschien nog wel het moeilijkst vond, was dat de buitenwereld wist wat er speelde. Mensen hadden hun oordeel over zijn vader. Ze zagen hoe moeilijk het gezin het had, maar niemand greep werkelijk in. Niemand haalde hem uit de situatie en niemand vroeg hoe het met hem ging.
Als kind trok Michael één belangrijke conclusie: Later doe ik het anders. Hij besloot dat hij nooit alcohol zou drinken en dat hij de wereld zou laten zien dat een kind uit zijn gezin het wél kon maken. Hij zou sterk zijn, succesvol worden en bewijzen dat hij anders was dan zijn vader.
Vanaf dat moment werkte hij harder dan wie ook. Hij bouwde een groot bedrijf op, maakte lange dagen en bleef altijd doorgaan. Zijn omgeving zag een succesvolle ondernemer, maar niemand zag dat achter dat succes nog steeds een kleine jongen schuilging die probeerde te bewijzen dat hij goed genoeg was.
Jarenlang leek dat goed te gaan, totdat zijn lichaam op de rem trapte. Michael werd moe. Niet een beetje moe, maar uitgeput. Hij verloor het plezier in zijn werk, alles kostte energie en tot zijn grote schrik begon hij soms te verlangen naar alcohol. Dat maakte hem doodsbang. Straks word ik net als mijn vader, dacht hij. Hij schaamde zich voor die gedachte. Hij voelde zich een mislukkeling. Iemand die zo hard had gevochten om anders te zijn en nu toch dezelfde kant op leek te gaan.
Op een dag kreeg hij hartkloppingen. Zijn hart sloeg rare sprongen en zijn huisarts verwees hem direct door naar het ziekenhuis. Gelukkig bleek er medisch niets ernstigs aan de hand. Toch voelde Michael dat er iets niet klopte. Hij omschreef het alsof hij steeds zwaarder werd.
Tijdens onze eerste gesprekken vertelde hij zijn verhaal. Terwijl ik naar hem luisterde, zag ik niet alleen een vermoeide ondernemer. Ik zag vooral een rivier die jarenlang steeds voller was geraakt met slib. Niet omdat Michael zwak was, maar juist omdat hij zo sterk was geweest. Hij had verdriet opgeslagen, angst opgeslagen, verantwoordelijkheid opgeslagen en jarenlang was hij blijven varen alsof zijn rivier nog net zo diep was als vroeger. Totdat zijn boot uiteindelijk vastliep.
Ik vertelde Michael dat ik zijn klachten zag als slib op de bodem van zijn rivier. Niet omdat er iets mis met hem was, maar omdat zijn systeem jarenlang alles had opgeslagen wat geen plek had gekregen. Samen gingen we onderzoeken welk slib zich in zijn rivier had verzameld. Welke overtuigingen waren ontstaan? Welke angsten droeg hij nog steeds met zich mee? Welke emoties had hij nooit durven voelen? Welke verantwoordelijkheden had hij als kind op zich genomen? En welke overlevingsstrategieën waren ooit helpend geweest, maar zaten hem nu juist in de weg?
Dat is wat therapie, coaching of technieken zoals EMDR kunnen doen. Ze helpen niet om het verleden uit te wissen, maar om de rivier uit te baggeren.
Veel mensen denken dat therapie ervoor zorgt dat je je meteen beter gaat voelen. Vaak gebeurt juist het tegenovergestelde. Wanneer een baggerboot begint met baggeren, wordt het water eerst donker en troebel. Alles wat jarenlang op de bodem lag, komt omhoog. Zo werkt het ook tijdens een therapeutisch proces. Oude emoties worden voelbaar. Verdriet dat jarenlang was weggestopt. Boosheid waarvan je niet wist dat die er zat. Angst die ineens weer naar boven komt.
Dat betekent niet dat het slechter gaat. Het betekent juist dat je systeem eindelijk ruimte voelt om op te ruimen. De kunst is dan ook niet om zo snel mogelijk van die gevoelens af te willen, maar om jezelf te leren dragen terwijl je baggert. Om jezelf gerust te stellen, rustig te blijven ademen, nieuwsgierig te blijven naar wat zich aandient en erop te vertrouwen dat de troebelheid tijdelijk is.
Langzaam begon ook bij Michael de rivier helderder te worden. Hij hoefde niet meer voortdurend te bewijzen dat hij anders was dan zijn vader. Hij mocht ontdekken dat zijn waarde niet afhing van zijn prestaties en dat hij niet langer hoefde te overleven, maar mocht gaan leven. Zijn boot kwam weer los.
Dat is misschien wel het mooiste van baggeren. Het is geen prettig proces. Je wordt vies, het water wordt troebel en soms lijkt het zelfs alsof het erger wordt. Toch is juist dat een teken dat er iets in beweging komt. Wanneer het slib eenmaal is verwijderd, ontstaat er weer ruimte. Ruimte om vrijer te bewegen, nieuwe keuzes te maken en jezelf te zijn.
Uiteindelijk kunnen je boten weer varen. Niet omdat de rivier nooit meer obstakels kent, maar omdat de bedding weer diep genoeg is geworden om het leven vrij te laten stromen. Misschien is dat wel de grootste winst van verwerken: niet dat je verleden verdwijnt, maar dat het je toekomst niet langer in de weg staat.





Opmerkingen