Als je iets ziet wat je niet mag zeggen

Zojuist kreeg ik een appje waar ik eerst heel blij van werd. Het ging over de verkoop van een woning. Eerder had ik aangegeven welke prijs er volgens mij geboden zou worden. Die voorspelling bleek letterlijk te kloppen.
Dat blijft bijzonder. Ook voor mij. Ik ben paragnost en navigeer voor een groot deel op mijn gevoel. Ik zie zeker niet alles. Wanneer iets wat ik heel duidelijk heb aangevoeld later precies zo blijkt te zijn, geeft dat toch even een gevoel van bevestiging.
Alleen stond er meer in dat appje.
Er was inmiddels een volgende keuze gemaakt. Terwijl ik het las, voelde ik vrijwel meteen bezorgdheid. Deze keuze sloot totaal niet aan bij wat ik erbij voelde.
En toen kwam mijn dilemma.
Er stond geen vraag.
Ik las het bericht nog een keer. Misschien had ik iets gemist. Misschien zat er ergens tussen de regels een opening. Ik bekeek het van verschillende kanten en kwam steeds op hetzelfde uit: dit was een mededeling. De keuze was gemaakt en zo werd hij ook aan mij verteld.
Dus hield ik mijn mond.
En pfff… soms vind ik dat moeilijk.
Ik heb jaren geleden een besluit genomen over mijn eigen integriteit in dit werk: ongevraagd advies is geen advies. Geen vraag betekent dat ik het antwoord in mijzelf moet blijven dragen.
Dat klinkt heel helder totdat je iets voelt waarvan je denkt: volgens mij gaat dit helemaal de verkeerde kant op.
Als je ziet dat er een piano uit de hemel valt en iemand loopt precies op de plek waar dat ding terecht gaat komen, wil je toch roepen: KIJK UIT!
In situaties waarin ik voel dat iemands leven of gezondheid in gevaar kan zijn, heb ik die regel weleens doorbroken. Jaren geleden kwam er een zwangere vrouw in mijn praktijk. Ze kwam met een vraag over de begeleiding van haar andere kind en vertelde tijdens ons gesprek dat ze van plan was thuis te bevallen.
Op het moment dat ze dat zei, kreeg ik beelden en een heel sterk gevoel. Alles in mij reageerde. Ik voelde dat een thuisbevalling gevaarlijk kon worden.
Ze had mij daar niets over gevraagd.
Ik besloot er toch iets over te zeggen en koos mijn woorden zorgvuldig. Ik vertelde haar dat ik een positief gevoel kreeg bij bevallen in het ziekenhuis en pijn in mijn buik voelde bij het idee van een thuisbevalling. ‘Ik weet niet waarom’, zei ik erbij. Ik wilde haar geen angst aanjagen en geen doemscenario neerleggen.
Ze besloot mijn raad op te volgen en in het ziekenhuis te bevallen. Tijdens de bevalling ontstond een grote bloeding. Dankzij de medische zorg die daar direct beschikbaar was, konden moeder en kind worden gered.
Zoiets vergeet ik nooit meer. En het maakt mijn eigen regel meteen ingewikkeld. Want wat doe je als niemand je iets vraagt en je tegelijkertijd voelt dat er werkelijk iets mis kan gaan?
Op dagen zoals vandaag merk ik dat extra sterk. Ik ben alleen, zit rustig mijn mails te beantwoorden en sta lekker open. Dan komt er ineens zo’n appje binnen en reageert mijn gevoel onmiddellijk. Eerst blijdschap over de bevestiging van wat ik eerder had gezien. Daarna bezorgdheid over wat ik lees.
Dan begint het gesprek met mezelf.
Is mij iets gevraagd?
Nee.
Is dit van mij?
Nee.
En daar laat ik het bij.
Door mijn systemische werk begrijp ik hoe belangrijk ieders eigen plek is. Mensen hebben hun eigen leven te leiden, met hun eigen keuzes, ervaringen, vergissingen, ontdekkingen en timing. Dat geldt voor mijn cliënten, mijn vriendinnen, mijn partner en helaas ook gewoon voor mijn kinderen.
Vooral dat laatste had van mij best anders geregeld mogen worden.
Ik heb lange tijd gedacht dat delen belangrijk was. Wanneer ik iets zag of heel sterk voelde, wilde ik dat vertellen. Mijn vriendinnen zeiden ook weleens: ‘Tessa, deel gewoon wat je ziet en ervaart.’
Dat wilde ik graag.
Inmiddels heb ik geleerd dat wat ik zie mij geen toegangsbewijs geeft tot het leven van een ander. Soms zie ik iets jaren voordat iemand er zelf aan toe is. Ook die tijd heeft betekenis.
Jaren geleden had ik een vriendin die me heel dierbaar was. Op haar verzoek sprak ik uit wat ik zag. Mijn woorden raakten haar diep en uiteindelijk eindigde onze vriendschap. Jaren later nam ze opnieuw contact met me op. Datgene wat ik destijds had gezien, was uitgekomen. Ze vertelde me dat ze onze vriendschap om de verkeerde redenen had beëindigd.
Die erkenning heeft ontzettend veel met me gedaan.
Ik had haar nooit willen kwetsen. Wat ik zei kwam voort uit liefde en betrokkenheid. Jarenlang had het ergens in mij geknaagd. Toen zij erop terugkwam, voelde ik hoeveel opluchting haar woorden mij gaven.
Vriendschappen vind ik om deze reden soms ingewikkeld. In de bovenstroom kunnen mensen elkaar raken, verkeerd begrijpen of onbedoeld kwetsen. Daar kun je over praten en vaak vind je elkaar weer. Daarnaast neem ik soms iets waar in de onderstroom en weet ik zelf nog niet helemaal waar het vandaan komt.
Stel dat ik ineens sterk voel dat er iets met een vriendin is. Ik stuur haar een appje.
‘Hoe gaat het met je?’
‘Goed, en met jou?’
‘Ook goed.’
En ondertussen denk ik: Hè? Ik voel toch echt iets.
Dus vraag ik bijvoorbeeld: ‘En hoe gaat het met je moeder?’
Dan kan ineens komen: ‘Nou, nu je het zegt… Ik had een heel vervelende aanvaring met mijn moeder. Ze beschuldigde me ervan dat ik de hond had vergiftigd. Ik weet dat ze dement is en de hond al jaren dood is, maar het raakte me enorm dat mijn moeder zo boos op me was. Ik ben er nog steeds een beetje van slag van.’
En dan gebeurt er iets geks in mij: ik voel opluchting.
Het ‘iets’ dat ik voelde heeft woorden gekregen. De ruis die ik op de lijn waarnam is voor mij verklaarbaar geworden en de verbinding voelt weer vrijer.
Terwijl ik dit fictieve voorbeeld opschrijf, denk ik meteen: arme vriendinnen.
Natuurlijk heb ik er geen recht op om te weten wat er in hun leven speelt. Wanneer iemand iets persoonlijks met mij deelt, ben ik daar dankbaar voor.
Het voorbeeld laat vooral zien hoe mijn waarneming soms werkt. Ik kan iets voelen zonder te weten waar het vandaan komt. Wanneer de ander vertelt wat er speelt, vallen de puzzelstukjes op hun plaats.
Daar zit voor mij ook een kwetsbare kant. Wanneer ik iets voel en de ander ervaart dat anders of wil er niets over delen, kan ik gaan twijfelen aan mijn waarneming. Het raakt me. Ik kan me verdrietig en onzeker voelen. Daarin heb ik zelf ook veel te leren. Soms raakt het ook een persoonlijk stuk. Ik ben en blijf een mens met mijn eigen verleden.
Gelukkig zie en voel ik lang niet alles. Veel gaat gewoon langs me heen. Ik vind het ook heel normaal wanneer iemand die mij dierbaar is dingen voor zichzelf houdt. Zo leven we hier op aarde: onze gedachten en gevoelens zijn voor een groot deel afgeschermd van anderen. Af en toe komt er iets door. Een gevoel, een beeld, een weten waarvan ik op dat moment de achtergrond nog niet ken. Dat geeft mij informatie en zorgt soms voor een gevoel van verbinding.
Mijn relatie heeft me daar door de jaren heen behoorlijk bij geholpen. Ik wilde mijn partner vroeger regelmatig ergens voor waarschuwen. Ik voelde iets aankomen, vertelde het en zag vervolgens dat hij er niets mee deed. Daar kon ik oprecht verdrietig van worden. Ik voelde me soms zelfs afgewezen. Tegelijkertijd besef ik dat wij het leven gewoon moeten leven en dat ieder recht heeft om zijn eigen ervaringen op zijn eigen manier op te doen.
Inmiddels heb ik geleerd dat ik lang niet alles wat ik voel hoef te benoemen.
Daarom ben ik waarschijnlijk ook zo dol op mijn werk. Tijdens mijn sessies en paranormale middagen krijg ik vragen. Mensen komen omdat ze willen horen wat ik waarneem. Daar mag ik mijn intuïtie helemaal openzetten en vertellen wat ik zie en voel.
Ik vind het heerlijk dat mensen door die informatie verder komen, voor zichzelf opkomen, hun neus juist nét niet stoten, een gezond kind krijgen, duizenden euro's of zelfs miljoenen besparen. Dát vind ik werkelijk bevrijdend. Want wanneer mensen open staan dan kunnen we samen meer informatie ontvangen. Informatie waar we het leven fijner en mooier door kunnen maken!
In mijn dagelijks leven ligt dat anders. Daar helpt één zin mij steeds opnieuw:
Wat van mij is, pak ik op. Wat bij de ander hoort, laat ik bij de ander. Omdat ik graag iemand van dienst ben, is dat een dagelijkse oefening.
Vandaag zit ik dus achter mijn computer met dat appje op mijn telefoon. Ik ben blij omdat wat ik eerder zag precies is uitgekomen. Ik ben bezorgd om wat ik daarna lees. En ergens in mij zit nog steeds de neiging om iets te zeggen.
Ik lees het bericht nog één keer.
Geen vraag.
Dus geen advies.
Het knaagt. Dat mag blijkbaar ook.
Wat van mij is, pak ik op. Wat bij de ander hoort, laat ik bij de ander.
Dus leg ik mijn telefoon weg en ga weer verder met mijn mails.
Het is niet van mij. Ik laat het los.


Opmerkingen