top of page

Wanneer een iemand sterft

Foto van schrijver: Tessa van Rossen
Tessa van Rossen
11 minuten geleden
7 minuten om te lezen

“Wanneer wordt het minder?” Die vraag wordt mij regelmatig gesteld door mensen die iemand zijn verloren van wie ze intens hielden. Een vader, een moeder, een partner of een kind. Soms is het overlijden pas kort geleden. Soms zijn er jaren verstreken en kan het gemis ineens weer zo sterk aanwezig zijn dat iemand zich afvraagt hoe het mogelijk is dat het nog zoveel pijn doet.

Rouw kan in het begin bijna je hele leven vullen. Je wordt wakker en binnen een paar seconden weet je het weer. Je loopt door het huis en ziet de lege plek aan tafel. Er staat nog een paar schoenen, een jas hangt aan de kapstok of er ligt een boek waarin de bladwijzer nog zit. Je telefoon bevat berichten die je nooit meer zult ontvangen. Midden in een gewone dag kan je hand bijna vanzelf naar je telefoon gaan omdat je iets wilt vertellen. Dan besef je opnieuw dat bellen niet meer kan.


Bij het overlijden van een ouder verandert er iets in de familie waarin je bent opgegroeid. De plek van je vader of moeder blijft voelbaar bij verjaardagen, feestdagen en andere momenten waarop je gewend was dat hij of zij erbij hoorde. Je kunt volwassen zijn en zelf kinderen hebben en ineens heel sterk verlangen naar je moeder. Je wilt haar iets vragen over je eigen kind of vertellen wat er is gebeurd. Je kunt je vader missen wanneer je iets moet beslissen waarover je vroeger altijd even met hem overlegde.

Het overlijden van een partner raakt aan een ander deel van het dagelijks leven. Je verliest degene met wie je misschien jarenlang wakker werd en naar bed ging. Degene die wist hoe jij je koffie dronk, aan één blik genoeg had en met wie je allerlei kleine gewoontes had opgebouwd. De ochtend, de boodschappen, een televisieprogramma, thuiskomen na je werk en de lege helft van het bed kunnen allemaal herinneren aan degene die er jarenlang was. Ook beslissingen die je vroeger samen nam, liggen ineens bij jou.

Het overlijden van een kind raakt ouders op een manier die moeilijk in woorden te vangen is. Je hebt herinneringen aan je kind en ook een toekomst voor ogen gehad. Verjaardagen blijven op de kalender staan. Leeftijdsgenoten worden ouder. Misschien zie je andere kinderen hun diploma halen, trouwen of zelf ouder worden en denk je aan de leeftijd die jouw kind inmiddels zou hebben gehad. De liefde voor je kind blijft onderdeel van je leven en beweegt mee met de jaren die volgen.

Een vrouw die ik begeleidde na het overlijden van haar moeder zei tijdens een gesprek: “Ik dacht dat het verdriet inmiddels wel minder zou zijn.” Haar moeder was al een tijd overleden. Ze werkte weer, sprak af met vrienden en kon genieten van haar gezin. Op sommige dagen was ze uren bezig zonder voortdurend aan haar moeder te denken. Vervolgens hoorde ze in de auto een liedje dat haar moeder mooi vond en zat ze ineens huilend achter het stuur.


Ze schrok daarvan. Ze dacht dat ze verder was en vroeg zich af waarom het verdriet haar opnieuw zo volledig kon raken. Ik vertelde haar over een beeld dat ik zelf behulpzaam vind wanneer ik nadenk over rouw. Ik zie ons leven soms als een huis met verschillende kamers. In dat huis bevinden zich de mensen van wie we houden, ons werk, onze herinneringen, vriendschappen, interesses, plannen en alles wat in de loop van ons leven onderdeel van ons is geworden. Na het overlijden van iemand van wie je veel houdt, is er in dat huis een kamer waarin het gemis en de pijn een plaats krijgen.

Vlak na een overlijden kun je een groot deel van je tijd in die kamer doorbrengen. Je gedachten keren steeds terug naar wat er is gebeurd. Je herbeleeft gesprekken, denkt aan de laatste dagen of uren en mist iemand in bijna alles wat je doet. Je lichaam kan ook reageren op het verlies. Slapen wordt moeilijker, eten smaakt anders en concentreren kost veel energie. De wereld om je heen gaat door en jouw aandacht blijft steeds terugkeren naar degene die er niet meer is.


Langzaam komen er momenten waarop je weer in andere kamers van je leven bent. Je zit met iemand te praten en merkt dat je opgaat in het gesprek. Je bent met je kinderen of kleinkinderen en geniet van wat er gebeurt. Je werkt een ochtend geconcentreerd of spreekt af met een vriendin en komt thuis met het besef dat je een fijne middag hebt gehad. Zulke momenten kunnen in het begin ook verwarrend voelen. Sommige mensen vertellen dat ze zich bijna schuldig voelen wanneer ze voor het eerst weer echt hebben gelachen.

Het huis helpt mij om te begrijpen hoe leven met verlies door de jaren heen kan veranderen. De kamer met verdriet blijft bestaan en de rest van het huis wordt weer meer bewoond. Je aandacht gaat opnieuw naar de mensen die bij je zijn, naar je werk, naar kleine dagelijkse dingen en naar plannen voor de toekomst. Op sommige dagen breng je veel tijd door in de kamer van het gemis. Er kunnen ook weken voorbijgaan waarin je er maar even komt.


Een man die zijn vrouw had verloren vertelde mij eens hoeveel moeite hij had met de avonden. Overdag redde hij zich redelijk. Hij werkte, deed boodschappen en zag mensen. Rond etenstijd veranderde dat. Hij was tientallen jaren gewend geweest samen te eten. Zijn vrouw vertelde tijdens het koken over haar dag en na het eten dronken ze koffie. Na haar overlijden werd dat tijdstip iedere dag opnieuw pijnlijk.

Na verloop van tijd begon hij soms bij zijn dochter te eten. Op andere dagen kookte hij voor zichzelf en zette hij muziek aan. De avonden kregen langzaam weer invulling. De herinnering aan zijn vrouw bleef aanwezig. Er waren avonden waarop hij haar enorm miste en avonden waarop hij met plezier naar een programma keek of een boek las. Zijn leven kreeg weer meer kamers waarin hij tijd kon doorbrengen.


Bij het verlies van een kind kan die beweging heel voorzichtig gaan. Een moeder vertelde mij hoe moeilijk ze het vond toen ze voor het eerst na het overlijden van haar zoon een leuke dag had gehad met haar andere kinderen. Ze waren samen weggeweest en onderweg hadden ze veel gelachen. ’s Avonds kwam het verdriet hard binnen. Het voelde vreemd dat er op dezelfde dag plezier en intens gemis konden bestaan.

In de jaren daarna bleef haar zoon deel uitmaken van het gezin. Zijn naam werd genoemd. Op zijn verjaardag deden ze iets wat bij hem paste. Er stonden foto’s in huis en zijn broer en zus vertelden herinneringen wanneer die bovenkwamen. Ondertussen groeiden de andere kinderen verder op en gebeurde er van alles in het gezin. Haar aandacht kon weer bij hun leven zijn en op andere momenten volledig bij haar zoon en het gemis dat ze voelde.

Rouw volgt geen agenda. Een verjaardag, sterfdag, geur, foto of liedje kan na jaren een deur openen waarvan je die ochtend nog geen idee had dat je erdoorheen zou lopen. Ook gebeurtenissen in je eigen leven kunnen het verlies opnieuw dichtbij brengen. Wanneer je trouwt en je vader er niet bij is. Wanneer je zelf moeder wordt en verlangt naar je eigen moeder. Wanneer je kleinkind wordt geboren en je partner dat kind nooit zal vasthouden. Wanneer je de leeftijd bereikt waarop je overleden kind een bepaalde mijlpaal zou hebben meegemaakt.

De kamer kan er op zulke momenten nog precies zo uitzien als je hem kent. De pijn kan intens zijn en herinneringen kunnen heel dichtbij voelen. Daarna komt er weer een ochtend waarop je opstaat, koffiezet, iemand je nodig heeft en de dag zich aandient.


Ik denk dat mensen soms verwachten dat rouw steeds kleiner hoort te worden. Mijn ervaring met mensen die een groot verlies dragen is dat hun leven zich steeds verder om dat verlies heen kan vormen. Het huis wordt opnieuw gevuld met ervaringen. Er komen gesprekken, vakanties, gewone werkdagen, verjaardagen, nieuwe mensen en onverwachte fijne momenten bij. De persoon die je mist blijft verbonden met jouw levensverhaal.


Daarom vind ik de kamers in het huis zo’n passend beeld. Je hoeft de kamer van het verdriet niet op te ruimen of leeg te maken. Er kunnen dagen zijn waarop je er bewust naartoe gaat. Je bekijkt foto’s, luistert naar een bepaald liedje of vertelt verhalen over degene die je mist. Op andere dagen vraagt het leven buiten die kamer je aandacht.

In die kamer ligt vaak ook de liefde. De herinnering aan de hand van je moeder, de stem van je vader, de grapjes van je partner of de manier waarop je kind naar je keek. Verdriet en gemis horen bij een band die veel voor je heeft betekend. Door de jaren heen kunnen herinneringen steeds meer ruimte krijgen naast de pijn die bij het overlijden hoort.


Voor mij persoonlijk speelt mijn overtuiging over leven na de dood ook mee in hoe ik naar verlies kijk. Vanuit mijn eigen ervaringen geloof ik dat onze verbinding met iemand na het overlijden een andere vorm krijgt. Ik weet ook hoeveel pijn het lichamelijke gemis kan doen. Je wilt iemand kunnen aanraken, zijn stem horen en samen aan tafel zitten. Dat verlangen kan lang bij je blijven.

Verder leven vraagt daarom tijd. Soms heel veel tijd. Je leert gaandeweg welke dagen moeilijk voor je zijn, welke herinneringen je graag dichtbij houdt en wanneer je behoefte hebt aan mensen om je heen. Je ontdekt ook weer waar je plezier aan beleeft en waar je aandacht naartoe wil. Het leven krijgt langzaam opnieuw inhoud rondom de plek die door het verlies is ontstaan.

Wanneer jij iemand mist, hoef je van mij die kamer nergens naartoe te brengen. Hij hoort bij jouw huis en bij jouw geschiedenis met degene van wie je houdt. Misschien zit je er op dit moment vaak. Misschien loop je er jaren later nog regelmatig naar binnen. En misschien merk je gaandeweg dat je ook weer steeds vaker in de keuken zit, de voordeur uitgaat, mensen ontvangt en plannen maakt. Zo kan het leven zich verder vullen, met de kamer van jouw verdriet als een blijvend onderdeel van het huis.


 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page