Waar blijft de tijd?

Heb ik vandaag goed geleefd?
Ken je dat gevoel dat je op zondagavond naar de week kijkt die voor je ligt en denkt: dit moet toch gewoon passen? Er zitten zeven dagen in een week, ik heb mijn agenda redelijk georganiseerd en ik doe weinig dingen waarvan ik achteraf denk: daar heb ik nou eens lekker drie uur van mijn leven aan verspild. Ik kijk nauwelijks televisie en heb ook geen hobby’s waar hele avonden in verdwijnen. Sporten probeer ik ’s morgens vroeg te doen, voordat de dag echt begint. Dan gaat het tenminste niet ten koste van mijn werkdag of de tijd met mijn gezin. Qua efficiëntie heb ik mijn leven volgens mij best redelijk ingericht.
Ik heb alleen nogal de neiging om dingen aan mijn leven toe te voegen die zich weinig aantrekken van mijn agenda. Wanneer iemand mij vraagt mee te kijken naar een vermissing of een moordzaak, kan ik moeilijk denken: jammer, deze week zit vol. Wanneer iemand stervende is en ik voel dat ik iets kan betekenen voor die persoon of zijn familie, wil ik er zijn. Zoiets plan je drie weken van tevoren ook lastig tussen 14.00 en 15.30 uur in. Het komt wanneer het komt.
En dan is er Place It. Dat neemt inmiddels veel meer tijd in beslag dan ik ooit had kunnen bedenken. Ontwikkelen, schrijven, onderzoeken, gesprekken met scholen en onderzoekers, opnames en ideeën uitwerken. Ik kies daar bewust voor en ben er ontzettend graag mee bezig. Misschien zit een deel van mijn tijdprobleem daar wel. Ik doe weinig dingen waar ik vanaf wil. Ik doe vooral heel veel dingen die ik belangrijk vind. En soms ben ik het gejaag dat daarbij hoort behoorlijk zat. Geplakte markdown
Ik merk het vooral op momenten waarop ik in korte tijd van de ene werkelijkheid in de andere terechtkom. Dan zit ik bijvoorbeeld in een sessie met iemand tegenover me en verdwijnt de tijd uit mijn aandacht. Ik luister, voel, neem waar, stel vragen en ben volledig aanwezig bij wat er gebeurt. Als ik op de klok kijk, blijkt er veel meer tijd voorbij te zijn gegaan dan ik dacht. Dat gebeurt me ook tijdens goede gesprekken. Ik kan zo opgaan in wat er gebeurt dat ik vergeet hoe laat het is.
Tien minuten later zit ik in de auto. Ik moet naar school, iemand ophalen of naar een volgende afspraak. Mijn telefoon gaat en ik zie op het dashboard dat het 14.57 uur is, terwijl ik ergens om 15.00 uur word verwacht. Op zulke momenten verlang ik naar een leven waarin tijd wat minder nadrukkelijk aanwezig is.
Daarmee bedoel ik overigens geen leven waarin ik morgen mijn schoenen uitgooi en op blote voeten ergens in Egypte in de zon ga lopen. Al klinkt dat op sommige dagen als een uitstekend plan. Ik heb een gezin waar ik voor wil zorgen, kinderen die mij nodig hebben en van wie ik zelf ook helemaal niet weg wil. Ik heb mijn praktijk en mijn werk. Mijn leven speelt zich voor een groot deel hier af en daar ben ik graag. Mijn verlangen naar vrijheid heeft volgens mij vooral met tijd te maken.
Ik verlang er soms naar om tijd even niet te voelen. Dat houdt me bezig, omdat tijd in mijn beleving ook verbonden is met de andere wereld waarover ik al jaren schrijf en vertel. In mijn boek Leven na de dood schrijf ik over mijn overtuigingen en ervaringen rondom overlijden. Vanuit die ervaringen geloof ik dat tijd na de dood anders wordt ervaren dan hier.
Voor iemand die achterblijft kan het overlijden van een geliefde het begin zijn van dertig jaar gemis. In die jaren komen verjaardagen en kerstdagen voorbij. Kinderen worden volwassen, kleinkinderen worden geboren, een huis verandert en je eigen gezicht wordt ouder. Voor degene die overleden is, stel ik me die periode veel korter voor. In mijn beleving kan die aanvoelen als een vingerknip.
Zolang wij hier leven, denken we in gisteren, vandaag en morgen. We weten dat een uur zestig minuten duurt en organiseren een groot deel van ons leven rond de klok. Onze beleving van die tijd kan enorm verschillen. Een uur wachten op de uitslag van een belangrijk onderzoek kan eindeloos duren. Een uur met iemand van wie je houdt kan voorbij zijn voordat je er erg in hebt. Een kind dat nog drie nachten moet slapen voordat het jarig is, vindt dat een eeuwigheid. Als volwassene kun je in december verbaasd zijn dat er alweer een jaar voorbij is.
Tijdens mijn werk merk ik dat ook. Mensen zeggen na een sessie soms dat de tijd anders voelde dan ze hadden verwacht. Zelf verlies ik mijn tijdsbesef gemakkelijk wanneer ik heel geconcentreerd waarneem of volledig in een gesprek zit. Voor mij heeft dat door mijn ervaringen rondom overlijden en bewustzijn ook een spirituele betekenis. Het blijft iets waar ik nieuwsgierig naar ben.
Waarschijnlijk kan ik mede daardoor zoveel verschillende dingen op één dag doen. Ik heb mezelf geleerd snel te schakelen. Laatst was ik iets aan het opnemen. Ik zat helemaal in mijn verhaal en alles stond klaar. Op dat moment belde de accountant. Ik nam op, schakelde over naar cijfers, administratie en zakelijke beslissingen, hing op en ging daarna verder met mijn opname. Vroeger bleef mijn hoofd na zo’n onderbreking veel langer hangen bij wat ik daarvoor aan het doen was. Inmiddels kan ik vrij snel mijn aandacht verplaatsen.
Dat is handig en zorgt er ook voor dat ik verbazingwekkend veel in een dag krijg. De verleiding om er nog iets bij te stoppen is daardoor groot. Er is altijd wel iets dat belangrijk voelt, iemand die aandacht nodig heeft of een idee waar ik graag mee verder wil.
Een vrouw die een tijdje geleden bij mij zat, vertelde hoe moe ze was. Ze werkte, zorgde voor haar kinderen, hielp haar moeder, deed vrijwilligerswerk en wilde ook aandacht hebben voor haar relatie. Terwijl ze vertelde wat ze allemaal deed, hoorde ik hoeveel ze van die mensen hield. Ze wilde haar werk graag doen, ze wilde er voor haar kinderen en moeder zijn en haar vrijwilligerswerk betekende veel voor haar. “Waar moet ik dan tijd vandaan halen?” vroeg ze.
Die vraag bleef bij me hangen. We praten vaak over balans alsof er ergens een ideale verdeling bestaat. Een aantal uren werk, tijd voor je gezin, tijd voor jezelf en voldoende ontspanning. Een mensenleven laat zich lastig zo indelen. Een kind kan je ineens harder nodig hebben. Iemand wordt ziek. Er ontstaat een kans in je werk die je graag wilt pakken. Op een andere dag heb je zelf behoefte aan een middag op de bank.
Ik vroeg haar hoe ze aan het einde van een dag graag op die dag wilde terugkijken. Sindsdien stel ik mezelf die vraag ook regelmatig: heb ik vandaag goed geleefd?
Voor mij begint het antwoord bij de mensen van wie ik houd. Hoe heb ik mij vandaag opgesteld naar mijn partner, mijn kinderen en mijn vrienden? Was ik aanwezig? Heb ik geluisterd? Was ik liefdevol? Daarna kijk ik naar mijn werk. Heb ik iets kunnen betekenen voor mijn cliënten? Heb ik tijd besteed aan dingen die voor mij zinvol zijn? Heb ik gewerkt aan de ideeën en plannen waar ik in geloof?
Ik houd ervan om zinvol bezig te zijn en krijg daar veel energie van. Tegelijk loop ik regelmatig tegen de grenzen van mijn eigen tijd aan. Er zijn dagen waarop iemand hulp vraagt en mijn agenda vol zit. Soms werk ik op een moment waarop ik ook graag bij mijn kinderen zou zijn. Mijn partner gaat weleens alleen naar de voetbal omdat ik iets moet afmaken. Een bericht blijft langer liggen dan ik prettig vind en soms zit ik met mijn hoofd nog bij mijn werk wanneer iemand thuis iets tegen me vertelt.
Dat vind ik lastig. Er zit ergens in mij een idee dat ik tijd zou moeten kunnen maken voor alles wat belangrijk genoeg is. Alleen heeft een dag een beperkt aantal uren. Ook met een goed georganiseerde agenda komt er een moment waarop iets moet wachten.
Ik begin balans daarom steeds meer als iets beweeglijks te zien. De ene week vraagt mijn werk veel aandacht. Een andere week heeft een van mijn kinderen mij harder nodig. Er zijn weken waarin ik vrienden vaker zie en periodes waarin ik moet zeggen dat het even niet lukt. Soms voel ik behoefte om te vertragen en soms ben ik zo enthousiast over iets waar ik mee bezig ben dat ik er volledig voor wil gaan.
Daar hoort voor mij ook bij dat ik leer verdragen dat ik niet overal tegelijk kan zijn. Mijn vrijheid zit waarschijnlijk voor een deel in het accepteren van de tijd die er is en aanwezig zijn op de plek waar ik op dat moment ben. Het plan om ooit op blote voeten door Egypte te lopen, houd ik overigens gewoon achter de hand. :)
De momenten waarop ik de tijd het minst voel, zijn vaak de momenten waarop ik volledig aanwezig ben. Tijdens een diep gesprek, wanneer ik iets waarneem, als ik helemaal opga in iets wat ik aan het maken ben of wanneer ik met iemand van wie ik houd zo in een moment zit dat ik vergeet op mijn telefoon te kijken. Mijn aandacht is dan bij wat er op dat moment gebeurt.
Misschien is dat de tijdloosheid waar ik naar verlang. Een beetje van de vrijheid die ik associeer met de wereld na dit leven, terwijl ik hier midden in mijn menselijke leven sta. Met een agenda, een gezin, cliënten, bedrijven, Place It, een accountant die tussendoor belt en waarschijnlijk ergens een wasmand die op me wacht.
Ik zal waarschijnlijk altijd veel blijven doen. Dat past bij mij. Ik wil creëren, helpen, onderzoeken, moeder zijn, liefhebben en mijn ideeën de wereld in brengen. Daarvoor krijg ik iedere dag een bepaalde hoeveelheid tijd. Hoe ik in die uren aanwezig ben, wordt voor mij steeds belangrijker.
Wanneer ik ’s avonds terugkijk en mezelf vraag heb ik vandaag goed geleefd?, zal het antwoord per dag verschillen. Soms was ik aanwezig op de plekken waar ik wilde zijn. Soms ging mijn aandacht naar iets waarvan ik achteraf denk dat het anders had gekund. Dan is er hopelijk de volgende dag weer tijd om opnieuw te kiezen.
We weten nooit hoeveel tijd er voor ons ligt. Misschien is dat ook de reden dat ik er zo bewust mee bezig ben. Vanavond zal ik waarschijnlijk weer naar mijn agenda kijken en bedenken hoe alles er morgen in moet passen. Ik wil mezelf dan vooral blijven afvragen of mijn tijd terechtkomt bij de mensen en dingen die voor mij werkelijk belangrijk zijn. Dat is een vraag waar ik waarschijnlijk mijn hele leven mee bezig zal blijven.




Opmerkingen