top of page

Tessa en de Sepia

Foto van schrijver: Tessa van Rossen
Tessa van Rossen
11 minuten geleden
8 minuten om te lezen

Soms heb je een ontmoeting die misschien maar een paar minuten duurt en die toch veel langer bij je blijft dan gebeurtenissen waar je weken naar hebt uitgekeken. Je kunt van tevoren onmogelijk bedenken wanneer zoiets gebeurt. Je loopt ergens rond, bent met je kinderen op pad, kijkt op je horloge omdat je eigenlijk alweer door moet en ineens lijkt de wereld heel even stil te vallen.

Dat gebeurde deze zomer bij Neeltje Jans. Ik was er tijdens de vakantie met mijn kinderen en een goede vriendin. Zoals dat vaker gaat wanneer je met kinderen ergens naartoe gaat, was de dag eigenlijk te kort. Er moest van alles bekeken worden, iemand wilde ergens heen, een ander wilde iets eten en voor je het weet ben je alweer onderweg naar het volgende. Toch zijn er twee momenten van die dag die ik nog steeds heel helder voor me zie.

Het eerste gebeurde terwijl we stonden te wachten op een zeeleeuwenshow. Er stond een zeemeeuw vlak bij ons en om de een of andere reden trok hij mijn aandacht. Ik vond hem prachtig. Misschien klinkt dat gek, want op een plek als Neeltje Jans lopen natuurlijk overal meeuwen. De meeste mensen kijken er waarschijnlijk nauwelijks naar. Toch kon ik mijn ogen niet van hem afhouden.

Ik deed iets wat ik vaker doe. Ik reikte als het ware met mijn energie naar hem uit. Ik probeerde met mijn bewustzijn contact te maken met het zijne. In gedachten vertelde ik hem dat ik hem mooi vond. Vervolgens kwam de gedachte in me op dat ik het bijzonder leuk zou vinden als hij zijn vleugels voor me zou uitspreiden zonder weg te vliegen.

Ik bleef naar hem kijken.

Een paar tellen later spreidde hij zijn vleugels. Hij fladderde ermee, bleef gewoon op dezelfde plek staan en keek me vervolgens heel indringend aan. Daarna stond hij weer stil. Even later keek hij me opnieuw aan en vloog weg.

Ik moest lachen.

Natuurlijk kun je zeggen dat een zeemeeuw nu eenmaal af en toe met zijn vleugels fladdert. Dat begrijp ik ook. Ik hoef van zo'n moment geen bewijsstuk te maken. Het bijzondere zat voor mij in iets anders. In het gevoel van contact. Een paar seconden waarin het leek alsof er iets heen en weer ging tussen twee totaal verschillende levende wezens.

Ik houd van zulke momenten.

Later die dag gebeurde iets wat nog veel dieper bij me binnenkwam.

Ergens in een gebouw bij Neeltje Jans zag ik een aquarium met ieniemienie sepia's. Voor wie ze niet kent: een sepia is een zeekat, familie van de inktvis. Het zijn prachtige dieren met grote ogen, tentakels en een bijzonder vermogen om hun kleur en tekening te veranderen.

Er was een heel klein sepiatje. Terwijl ik stond te kijken, voelde ik ineens iets wat ik alleen kan omschrijven als een soort getinkel in mijn hoofd. Het is moeilijk uit te leggen aan iemand die zoiets nooit ervaart. Het voelt voor mij alsof ergens in mijn bewustzijn zachtjes tegen een glas wordt getikt. Ik draaide mij om en zocht naar waar dat trekkende gevoel vandaan kwam.

Hier.

Mijn aandacht werd naar een andere sepia getrokken. In een apart aquarium zag ik haar.

Ze lag op een soort rots in het aquarium. Ik ging voor het glas staan en keek naar haar. Er gebeurde aanvankelijk helemaal niets. Zij lag daar en ik stond daar. Mensen liepen achter mij langs en kinderen kwamen kijken en verdwenen weer. Toch bleef ik staan.

Langzaam werd alles om me heen minder belangrijk.

Ik keek naar haar ogen, naar haar lichaam en naar de manier waarop ze daar zo stil lag. Er ontstond een gevoel dat ik herken uit mijn werk en uit andere momenten waarop ik diep contact ervaar. Alsof mijn aandacht zich steeds verder vernauwt totdat er bijna niets anders meer bestaat dan datgene waar ik op dat moment mee verbonden ben.

Ik begon in gedachten tegen haar te praten. Ik vertelde haar dat ik haar prachtig vond. Dat ik het bijzonder vond om zo dichtbij haar te mogen zijn en dat ik graag iets van haar wilde ontvangen als zij contact met mij wilde maken.

Na een tijdje kwam er een beeld bij me binnen.

De zee. Ruimte. Water. Weg uit dat aquarium. En daarbij voelde ik heel sterk: ik wil hieruit.

Mijn hoofd bemoeide zich er onmiddellijk mee. Natuurlijk wil een zeedier naar zee, dacht ik. Dit verzin je gewoon zelf. Je staat naar een sepia in een aquarium te kijken en je maakt er een verhaal van.

Dat stemmetje ken ik inmiddels ook heel goed. Zelfs na al die jaren waarin ik met intuïtie en helder waarnemen werk, blijft mijn hoofd zich af en toe melden om commentaar te geven.

Dus bleef ik gewoon staan.

Ik ging dieper in dat stille stukje van mijn bewustzijn en vertelde haar dat ik begreep wat ik voelde. Dat ik haar graag zou helpen en dat ik haar niet uit dat aquarium kon halen.

En ineens voelde ik verdriet.

Ik keek naar dat prachtige dier achter het glas en boog in gedachten voor haar lot. Zij zat daar zodat wij mensen haar konden bekijken en bewonderen. Ik kon haar situatie op dat moment niet veranderen. Het enige wat ik kon doen was buigen voor haar lot en contact maken op de enige manier die ik ken. Open.

Ik vertelde haar dat het me speet.

Daarna vroeg ik haar in gedachten of zij misschien naar míj toe wilde komen. En toen gebeurde er iets wat ik nooit zal vergeten.

Het duurde lang. In mijn herinnering bijna tergend lang. Eerst zag ik nauwelijks beweging. Daarna begon ze zich heel langzaam op te richten. Haar lichaam kwam los van de rots en centimeter voor centimeter zwom ze omhoog.

Ik bleef staan.

Ze kwam steeds hoger totdat haar ogen ongeveer op dezelfde hoogte waren als de mijne.

Daar hingen we tegenover elkaar. Zij aan de ene kant van het glas.

Ik aan de andere kant.

Ze keek me aan en bewoog langzaam haar tentakels. Vervolgens zag ik aan de bovenkant van haar lichaam haar kleur veranderen.

Ik voelde contact. En het raakte me diep.Een paar minuten lang bestond er alleen aandacht.

Misschien raakte het me daarom zo.

In mijn praktijk zoek ik namelijk vaak naar precies diezelfde plek met mensen.

Ik merk dat mensen meestal binnenkomen met een verhaal. Er is iets gebeurd, er moet iets worden opgelost of er moet een beslissing worden genomen. Ze hebben verdriet om een relatie, maken zich zorgen over een kind, weten niet welke kant ze op moeten met hun werk of verlangen naar contact met iemand die is overleden. Dat verhaal is belangrijk en daar praten we over.

Toch komt er tijdens een sessie regelmatig een moment waarop het verhaal even naar de achtergrond verdwijnt.

Ik herinner me een vrouw die tegenover me zat en maar bleef praten. Ze had veel meegemaakt en probeerde alles aan me uit te leggen. Iedere keer wanneer ze bij haar gevoel in de buurt kwam, begon ze opnieuw te vertellen. Over wat haar man had gedaan, wat haar moeder vroeger had gezegd, waarom ze bepaalde keuzes had gemaakt en waarom ze eigenlijk best begreep hoe alles zo gekomen was.

Ik luisterde een tijd naar haar en op een gegeven moment vroeg ik haar om even niets te zeggen.

Ze keek me verbaasd aan.

We zaten gewoon tegenover elkaar.

Na een tijdje vulden haar ogen zich met tranen. “Ik ben eigenlijk gewoon heel verdrietig,” zei ze.

Dat was alles.

Er hoefde even niets opgelost te worden. Geen analyse, geen verklaring en geen nieuw plan. Haar hele verhaal was even teruggebracht tot één mens die verdriet had en een ander mens dat daar getuige van mocht zijn.

De sfeer in de kamer veranderde onmiddellijk. Haar schouders zakten en haar ademhaling werd rustiger. Ze hoefde zichzelf niet meer uit te leggen.

Ik vind dat één van de mooiste vormen van contact.

Misschien zoeken we daar allemaal wel meer naar dan we beseffen. We praten veel, leggen uit, sturen berichten, geven adviezen en proberen elkaar te begrijpen. Ondertussen verlangen we soms vooral naar iemand die werkelijk aanwezig is. Iemand bij wie we even niets hoeven te presteren, verklaren of verdedigen.

Ik geloof dat echte verbinding ontstaat wanneer we onze eigen agenda even kunnen laten zakken. Dan kan er een openheid ontstaan die moeilijk in woorden te vangen is.

Het doet me soms denken aan twee radio's die allebei de hele dag staan te zenden. Zolang ze blijven zenden, kunnen ze elkaar onmogelijk ontvangen. Er moet ergens stilte ontstaan om te kunnen horen wat er aan de andere kant wordt uitgezonden.

In mijn werk noem ik dat voelen. Voor mij gaat voelen veel verder dan emoties. Het is een vorm van waarnemen. Ik gebruik dat in contact met mensen, met overleden dierbaren en soms ervaar ik het ook heel sterk bij dieren en in de natuur. Ik geloof dat bewustzijn veel groter is dan de grenzen die wij er met ons hoofd omheen proberen te tekenen.

Die ervaring bij de sepia bracht me daar opnieuw naartoe. Ik kon me er moeilijk van los maken. Uiteindelijk moest ik natuurlijk verder. Mijn kinderen waren er, mijn vriendin was er (ze had mij zien staren naar de sepia en mijn kinderen bezig gehouden en voorkomen dat ze zich ertussen wierpen 😊) en er was nog van alles te zien. Het gewone leven riep me terug.


Ik liep weg van het aquarium en keek nog één keer achterom.

Dat beeld is bij me gebleven.

Een sepia achter glas, haar ogen op ongeveer dezelfde hoogte als de mijne, langzaam bewegende tentakels en een lichaam dat van kleur veranderde.

Wanneer ik eraan terugdenk, voel ik nog steeds dezelfde rust.


Het was maar een klein moment tijdens een vakantiedag. Voor de mensen die langs mij heen liepen gebeurde er waarschijnlijk helemaal niets bijzonders. Een vrouw stond iets te lang naar een sepia te kijken.

Voor mij gebeurde er heel veel.


Het herinnerde me aan iets waar ik blijkbaar steeds opnieuw naar op zoek ben. In mijn vriendschappen, in mijn werk, met mijn kinderen en in de ontmoetingen met mensen die op mijn pad komen. Dat moment waarop alles wat we van elkaar nodig hebben even wegvalt en er alleen nog werkelijk contact overblijft.

Misschien lijkt het een beetje op hoe ik het hiernamaals ervaar. Daar vallen voor mijn gevoel veel van onze menselijke lagen weg. Status, haast, verwachtingen en de rollen die we hier spelen worden minder belangrijk. Wat overblijft is een veel directere vorm van verbinding.

En soms krijgen we hier al even een glimp van.

Aan een sterfbed. In een gesprek waarin iemand eindelijk durft te zeggen wat hij werkelijk voelt. Wanneer je kind zonder iets te zeggen tegen je aankruipt. Wanneer je naast iemand zit van wie je houdt en stilte genoeg is.

Of onverwacht, op een vakantiedag, voor een aquarium bij Neeltje Jans.

Sinds die ontmoeting denk ik regelmatig aan haar. Een paar minuten waarin mijn wereld stilviel en ik me diep verbonden voelde met een levend wezen dat zo totaal anders is dan ik.

Wanneer ik met mijn bewustzijn naar een ander uitreik. Is er een ontmoeting.

Heb jij dit wel eens gevoeld? Dat diepe contact, zonder moeten? Wanneer was je werkelijk even samen met iemand, zonder iets te hoeven zeggen, krijgen of oplossen? Misschien met je partner, je kind, een vriend, een dier of ergens alleen in de natuur.

Er hoeft helemaal niets groots te gebeuren om ons eraan te herinneren hoe verbonden we kunnen zijn. Het kan een meeuw zijn die zijn vleugels spreidt. Of iemand die je ineens werkelijk aankijkt. En heel soms zwemt er langzaam een sepia omhoog, totdat er alleen nog een stukje glas tussen jullie zit en de rest van de wereld voor een paar minuten verdwijnt.

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page