Ode aan dochters en schoondochters
- Tessa van Rossen
- 9 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Soms, wanneer ik naar mijn kinderen kijk, voel ik zo duidelijk dat zij hun eigen weg moeten zoeken.
Zoals jullie misschien weten heb ik zes (stief)zoons — en dat betekent dat er al schoondochters in mijn leven zijn, en dat er in de toekomst nog meer vrouwen zullen toetreden in ons familiesysteem. Dat is mooi, liefdevol, verrijkend… en soms ook confronterend.
En precies daarom schreef ik dit gedicht.
Over het loslaten van een zoon, over het verwelkomen van een schoondochter, over de systemische beweging van generaties.
En over de hoop dat liefde — echte liefde — genoeg ruimte geeft voor het nieuwe, zonder het oude kwijt te raken.
Over de beweging die ontstaat wanneer een nieuwe vrouw haar plek vindt naast jouw kind — en daarmee óók een plek krijgt in jouw systeem.
In veel families zien we soms een subtiele spanning ontstaan bij het ontstaan van nieuwe relaties. Soms lijkt er een beweging te zijn van afwijzing. De moeder wordt bestreden, of de schoondochter is terughoudend. Alsof er een soort “koude kant” bestaat.
Er ontstaat een stille pijn in de moeder. Zij voelt dat haar taak is gedaan, echter zij zou graag getuige zijn in het leven van haar (klein) kinderen. Er is wellicht angst vanuit de schoondochter voor de grote moederliefde. Of er is pijn omdat zij die liefde niet heeft gekend. Wat het ook is, de energetische bewegingen komen soms voort uit het heden en soms uit een ver verleden.
Systemisch zijn er altijd helende bewegingen die je kunt maken. Dit gedicht verhaalt hierover.
Dit is mijn ode, mijn reflectie, mijn wens:
Dat onze dochters en schoondochters vrij mogen zijn.
Dat onze kinderen hun eigen lot mogen dragen.
En dat wij, als moeders, leren buigen waar het leven dat van ons vraagt.
Ode aan de Schoondochter
Ik ben de moeder,
hij is mijn zoon.
Jij bent de vrouw,
de partner van hem.
Ik ben hem gegeven.
Jij bent gekozen.
Ik ben zijn verleden,
jij zijn toekomst.
In mij woont vrede
over wat ik hem gaf,
en wat ik voor hem ben.
Dat kan niemand vervangen,
want ik ben zijn moeder.
Dat is alles en het enige.
Mijn plaats is onbetwist,
en zo is ook de jouwe:
zijn keuze,
zijn liefde,
zijn nieuwe systeem—
groeit voorbij het oude.
Want wat van mij is,
rust nu in het verleden.
Daarom heb je van mij
niets te vrezen.
Vrees mij niet.
Eer mij, zoals ik jou eer.
Gevormd door mijn schoot en handen,
mijn zorg,
mijn liefde,
en zijn inspanningen en karakter
is hij geworden
wie jij nu liefhebt.
Ik ken hem diep,
van hart tot ziel,
en toch…
leg ik hem zacht
in jouw handen.
Want niemand is zoals jij.
Ook jouw plek is uniek.
Rust in ons vrouw-zijn.
Respecteer en erken,
en strijd niet met de moeder.
Want eens,
op een dag,
zal ook jij
de moeder zijn.
En dan staan wij
naast elkaar,
als gelijken.
Dan zie jij in mijn ogen
wat ik nu al zie:
een weerspiegeling
van ons beiden.
Elke strijd tegen mij
verwondt jou meer
dan mij.
Elke verbinding met mij
versterkt de band
met hem, mijn zoon.
Ik zal hem beschermen,
dat is mijn natuur,
en toch laat ik hem gaan
waar hij wil zijn—
in jouw armen,
als dat hem goed doet.
Want zijn leven is van hem,
zijn keuzes van hem,
zijn toekomst in zijn eigen handen.
Hij kiest zijn eigen leven
En ik, als moeder,
Buig voor zijn lot
en kijk hoe hij zijn eigen leven neemt
in vertrouwen
En vanuit die rust
en dat respect
gun ik hem jou,
om van te houden.





Opmerkingen