Wat is van mij en wat laat ik bij de ander?
- Tessa van Rossen
- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Saskia kwam bij mij omdat er iets knaagde. Geen groot incident of een acuut conflict, maar een sluipend gevoel dat haar steeds meer energie kostte.
Op haar werk liep het niet lekker. Saskia is hoogsensitief, afgestemd en uiterst zorgvuldig in wat ze doet. Ze voelt sferen, ondertonen en intenties feilloos aan. Juist dat talent maakte de situatie zo verwarrend: één specifieke collega behandelde haar op een manier die simpelweg niet klopte. Niet openlijk vijandig, maar subtiel kleinerend. Alsof Saskia bij elke interactie telkens nét een stapje lager werd gezet.
Op een dag zei deze collega: “Collega X zei dat je een chaoot bent. Je werkplek is werkelijk ontploft! We hebben het erover gehad dat we je willen helpen, want zo functioneer je natuurlijk niet. En als je straks klaar bent, mag je de vuilnis even buiten zetten.”
De werkelijkheid was precies het tegenovergestelde: Saskia functioneerde uitmuntend. Haar werk vereiste dat ze veel ballen tegelijkertijd in de lucht hield en dat deed ze met grote precisie. Toch kwamen de opmerkingen hard binnen. Niet omdat ze dacht dat ze waar waren, maar omdat ze niet begreep waarom dit gebeurde. En vooral: hoe ze hiermee om moest gaan. Ze wist dat dit niet de laatste keer zou zijn dat ze iemand tegenkwam die haar op deze manier wilde behandelen.
Saskia vertelde het me woord voor woord. Niet boos, eerder verbijsterd. De toon van de collega was niet die van een gelijke, maar van iemand die boven haar ging staan. Er werd een hiërarchie gecreëerd die er in de realiteit helemaal niet was. Denigrerende opmerkingen, verhuld als ‘zorg’ en ‘behulpzaamheid’.
Saskia merkte dat haar werkplezier verdampte. De dagen waarop ze met deze collega werkte, voelde ze zich leeg. Alsof ze voortdurend slagen moest incasseren zonder precies te weten waar ze vandaan kwamen.
“Wat doe ik verkeerd?” vroeg ze me. “Hoe kan ik reageren? Hoe zorg ik dat dit stopt?”
Natuurlijk had Saskia geen controle over het gedrag van haar collega, maar ze had wel invloed op zichzelf. We gingen samen op onderzoek uit. Niet naar de collega, maar naar wat er in de ruimte tussen hen gebeurde.
Het eerste wat duidelijk werd, was dit: Saskia hoefde de boodschap niet aan te nemen.
Niet alles wat iemand zegt, is automatisch waar. Niet alles wat iemand van je vindt, hoeft door jou gedragen te worden. Je kunt luisteren en je kunt zelfs vragen naar iemands intentie, maar dat betekent niet dat je de woorden ook naar binnen hoeft te trekken.
We onderzochten de intentie achter de woorden van de collega. Niet om haar te veroordelen, maar om helder te krijgen: gaat dit echt over Saskia? Het antwoord was voelbaar: nee.
Zowel Saskia als ik voelden niet een oordeel over haar collega.
Soms zijn mensen simpelweg ‘leger’ dan jij.
Niet slecht of fout, maar minder verbonden met hun eigen kracht. Onbewust proberen ze dan iets bij een ander te halen om hun eigen tekort aan te vullen.
Dat gaat zelden elegant. Het uit zich in kritiek, betutteling, sarcasme of het gericht raken van een kwetsbare plek. Dat is niet fijn, maar het is wel inzicht gevend.
Toen Saskia dit begon in te zien, veranderde er iets. De noodzaak om zichzelf te verdedigen viel weg. Hier probeert iemand energie te ontvangen door mij kleiner te maken.
Dat besef gaf lucht. Maar we keken ook eerlijk naar Saskia zelf. Waar raakte dit haar? Waar twijfelde ze nog aan zichzelf?
Saskia merkte dat ze veel vertrouwen heeft in haar capaciteiten. Het haakje waar de collega nog binnenkwam was de manier waarop zij haarbehandelde. het voelde onrechtvaardig en onterecht. Maar zij wilde geen conflict, en ook geen conflict vermijden.
We kwamen tot de conclusie dat heel duidelijk op je eigen plek staan zou helpen hierin.
Waar geloofde ze diep vanbinnen nog niet volledig dat ze goed is zoals ze is?
Die vragen legden geen zwakke plekken bloot, maar groeiplekken.
Duidelijk aangeven waar de grenzen liggen, zoeken naar praktische oplossingen en bovenal duidelijke zelfzorg zouden de veranderingen kunnen brengen waar Saskia naar zocht!
Ze kon het zelfs omdraaien: blijkbaar draagt Saskia iets waardevols bij zich dat opvalt. Zoveel licht, dat het reacties oproept — soms onhandig, soms bot. en het was belangrijk zichzelf te beschermen. door de ander duidelijk te maken wat wel en niet mogelijk was. en ook om te onderzoeken waar in de structuur van de organisatie meer duidelijkheid gegeven kon worden over de posities en de werkverdeling.
Toen dat besef begon te landen, merkte Saskia dat ze haar energie beter bij zich kon houden. De opmerkingen werden nog wel gemaakt, maar ze bleven niet meer aan haar kleven. Ze was nog steeds vriendelijk en helder, maar ook heel duidelijk begrensd.
Vanuit die helderheid kon ze voortaan kiezen: Wat is van mij — en wat laat ik bij de ander? Hoe zorg ik voor mijn eigen energievoorraad en laat ik de leegte bij de ander.
Dat is geen trucje of een assertiviteitstraining. Dat is innerlijke stevigheid. En die verandert alles.




Opmerkingen