Wat je zegt is niet altijd wat de ander hoort
- Tessa van Rossen
- 6 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

Peter en Sina kwamen in mijn praktijk omdat ze steeds vaker langs elkaar heen praatten. Het waren geen grote ruzies. Geen schreeuwen, geen dramatische scènes. Juist niet. Het waren kleine dingen die uitgroeiden tot iets groters. Misverstanden die zich opstapelden.
“Hij hoort gewoon niet wat ik zeg,” zei Sina.“Zij bedoelt altijd iets anders dan ze zegt,” zei Peter.
Op het eerste gezicht leek het een communicatieprobleem. Sina was zorgvuldig met woorden. Ze dacht na voordat ze sprak. Ze probeerde duidelijk te zijn, genuanceerd. Peter daarentegen voelde zich vaak aangevallen of bekritiseerd, ook wanneer zij dacht rustig en redelijk te praten.
Tijdens het gesprek viel me iets op. Wanneer Sina uitlegde wat ze bedoelde, bleef haar stem beheerst. Haar woorden waren correct, bijna voorbeeldig. Maar in haar lichaam gebeurde iets anders. Haar kaak spande zich licht aan. Haar schouders trokken een fractie omhoog. Haar ademhaling versnelde net iets.
Peter zag het niet bewust. Maar hij voelde het.
En dat is precies waar het vaak misgaat.
Onderzoek laat zien dat slechts 7% van onze communicatie bestaat uit woorden. De rest — 93% — wordt bepaald door lichaamstaal en intonatie. We reageren eerst op wat we zien en horen in de klank van de stem, en pas daarna op de inhoud. Wanneer woorden, toon en lichaam overeenkomen, voelt iemand authentiek. Wanneer er verschil zit tussen wat gezegd wordt en wat uitgezonden wordt, ontstaat verwarring.
Dat gebeurde hier.
Sina vertelde dat ze haar best deed om rustig te blijven. En dat klopte. Ze beheerste zich. Ze wilde het goed doen. Maar toen ik haar vroeg of er ook iets anders meespeelde, bleef het even stil.
“Ja,” zei ze uiteindelijk. “Ik vind het soms best irritant dat hij me niet begrijpt.”
Ze glimlachte erbij, bijna verontschuldigend. Ze vond dat ze daar geen recht op had. Dus slikte ze het in. Ze koos ervoor om vriendelijk te blijven. Om het nog eens rustig uit te leggen.
Maar haar lichaam had die irritatie allang geregistreerd.
Peter reageerde daardoor niet meer op haar woorden, maar op haar ondertoon. Hij voelde iets wat hij niet kon benoemen. Een lichte spanning. Een subtiele neerbuigendheid misschien. Of een energie van: waarom snap je dit nou niet?
Hij werd allergisch voor iets wat niet hardop gezegd werd.
En dat is het ingewikkelde aan onderlinge communicatie. We denken dat we ruzie maken over de inhoud, maar meestal maken we ruzie over de onderstroom.
Wanneer woorden en lichaamstaal niet samenvallen, voelt de ander dat onmiddellijk. Niet bewust, maar intuïtief. Ons radarsysteem is oeroud. We zijn evolutionair geprogrammeerd om incongruentie waar te nemen. Het is een overlevingsmechanisme.
Peter voelde dus iets wat Sina zelf nog niet helemaal erkende.
Toen ik dit benoemde, ontstond er ruimte. Sina keek naar hem en zei: “Ik ben soms geïrriteerd. Niet omdat je dom bent, maar omdat ik het gevoel heb dat ik mezelf moet herhalen.”
Die zin veranderde alles.
Want nu vielen haar woorden, haar toon en haar lichaam samen. Haar irritatie was niet langer verborgen, maar erkend. Peter ontspande zichtbaar. Hij kon nu reageren op iets echts.
Hij zei: “Als je dat voelt, zeg het dan gewoon. Ik kan beter omgaan met eerlijkheid dan met die onderlaag.”
Dat is de paradox: we denken vaak dat we de ander beschermen door onze negatieve gevoelens in te slikken. Maar wat we inslikken, verdwijnt niet. Het wordt voelbaar in microspanning, in intonatie, in blik. De ander reageert daarop — en wij begrijpen niet waarom.
Tegenstrijdige boodschappen zijn zelden een bewuste leugen. Ze ontstaan vaak doordat verschillende delen in onszelf tegelijk actief zijn. Sina wilde begripvol zijn. Ze wilde liefdevol communiceren. En tegelijk was er een deel in haar dat zich niet gezien voelde. Ze had het idee dat ze zichzelf steeds moest herhalen, en dat ze toch niet de bevestiging kreeg die ze wilde. Alsof hij haar niet hoorde!
Wanneer die delen niet samenkomen, ontstaat ruis.
Heldere communicatie begint daarom niet bij betere woorden, maar bij innerlijke eerlijkheid. Wanneer we erkennen wat er werkelijk in ons leeft — ook de minder mooie gevoelens — ontstaat congruentie. Dan stemmen lichaam, toon en inhoud op elkaar af.
En dan kan de ander ons eindelijk echt horen.
Peter en Sina verlieten mijn praktijk niet als een stel dat nooit meer ruzie zou maken. Maar ze begrepen iets essentieels: hun conflict ging niet over wat er gezegd werd, maar over wat er gevoeld werd.
Sindsdien oefenen ze iets eenvoudigs. Wanneer één van beiden merkt dat er spanning onder de woorden zit, zeggen ze: “Wat speelt er nog meer?”
Die vraag opent een deur.
En vaak blijkt daarachter geen aanval te zitten, maar een verlangen om gezien te worden.
Misschien is dat wel de kern van communicatie: niet perfect formuleren, maar durven voelen wat er onder je woorden leeft.
Want wat je zegt is belangrijk. Maar wat je uitzendt is bepalend.




Opmerkingen