top of page

Het verhaal van Mike

  • Foto van schrijver: Tessa van Rossen
    Tessa van Rossen
  • 19 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen
ree

Mike kwam binnen met een rustige blik, zoals veel mannen dat doen wanneer ze al zo lang sterk móeten zijn. Maar achter die blik school een kleine jongen, die ooit – onbewust- had besloten dat hij zijn moeder moest redden.

Tijdens de opstelling zag hij – bijna fysiek voelbaar – hoe zijn moeder met al haar liefde naar hem reikte. Niet vanuit kwaadheid. Niet vanuit manipulatie. Maar vanuit een overweldigende angst.

“Ik heb je nodig,” was de boodschap die hij zijn hele jeugd had gevoeld. “Zonder jou weet ik niet meer wie ik ben.” “Als jij je van mij losmaakt, moet ik zélf naar mijn pijn kijken… en dat kan ik niet.”

En dus had Mike, nog als kleine jongen, een onbewuste keuze gemaakt: Hij droeg háár pijn.

Niet omdat hij dat wilde. Niet omdat hij het kon. Maar omdat kinderen dit altijd doen uit liefde en loyaliteit. Kinderen kiezen niet – ze reageren.

Hij werd de zoon die gered moest worden. Door haar nodig te hebben, had zij een doel

Zo kon hij haar redder zijn door iets te mankeren. De buffer tegen haar verdriet. En zonder dat hij het wist, raakte zijn eigen leven afgesloten.


Wat Mike droeg was nooit van hem geweest.

We zien het zo vaak: Een moeder die bang is nog meer te verliezen dan ze al verloor. Een vader die emotioneel afwezig is waardoor de moeder in nood verkeert. Een grootmoeder die haar eigen trauma’s nooit kon verwerken. En zo ontstaat een ritme, een patroon dat generaties lang wordt doorgegeven.

Een patroon dat zegt: “Bescherm mij. Draag mij. Vul mij op. Maak mij heel.”

En het kind zwicht.

Altijd.


Hoe het kind zijn taak op zich neemt kent vele vormen.

Soms door de sterke te worden, de drager, het klankbord, de verzorger, de helper, niemand nodig te hebben.

Soms door hulpbehoevend te worden, aandacht nodig te hebben, de katalysator te zijn, de bliksemafleider te worden, een oordeel te hebben.

Ook Mike.


Toen we in de opstelling de last zichtbaar maakten, gebeurde er iets dat ik zo vaak zie: Mike wilde hem níét teruggeven aan zijn moeder.

Niet omdat hij dat niet durfde. Niet omdat hij het verkeerd begreep.

Maar omdat hij dacht: “Als ik dit loslaat, gaat zij kapot.”

Liever gaf hij zijn eigen toekomst op, dan dat hij de moeder confronteerde met haar eigen verdriet. Zó sterk is de systemische druk. Zó diep gaat de liefde van een kind.

Maar wat hij niet wist: Een last teruggeven maakt een ouder niet zwakker – maar sterker.


Want ieder mens kan zijn eigen lot dragen. Ook Mike’s moeder. Sterker nog: het maakt mensen vaak groter, wijzer, steviger. Maar zolang hij haar last droeg, kon hij zijn eigen leven niet nemen. Zijn partner – die al in zijn leven stond – werd onzichtbaar. Zijn toekomst werd klein. Zijn hart gesloten.


Wanneer je een last draagt die niet van jou is, voelt het eerst alsof je groeit. Je wordt groter, sterker, volwassener. Maar dat is schijnmacht.

Het kindsdeel dat de last draagt, wordt overbelasten gaat na jaren van kracht en doorzetten uiteindelijk bezwijken. Dan komt de somberte, de paniek, de uitputting, de verlorenheid

De leegte...


En op dat breekpunt kwam Mike. In zijn opstelling keek hij zijn moeder in de ogen. Hij zag haar liefde. Hij zag haar pijn.

En hij zag – misschien voor het eerst – zijn eigen loyaliteit die hem gevangen hield.

Maar hij kon de last nog niet teruggeven. En dat hoefde ook niet.


In systemisch werk dwingen we nooit. Een last terugleggen voordat iemand eraan toe is, is geen oplossing – maar een nieuwe breuk.

Wat wél gebeurde, was inzicht. En inzicht is altijd de eerste beweging. De beweging die zachtjes zegt:

“Dit is niet van mij.” “Dit hoeft niet op mijn schouders.” “Ik mag mijn eigen leven nemen.”

Dat is genoeg. Voor nu.


Draag jij een last die niet van jou is? En durf jij te kijken van wie die eigenlijk is?

Want de waarheid is: Je groeit niet van de last van een ander. Je groeit van het dragen van je eigen lot.

En dat maakt vrij. Dat maakt gezond. Dat opent je hart naar je eigen toekomst.

 

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page