Het huis als levend wezen
- Tessa van Rossen
- 3 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Een huis ontstaat niet zomaar.
Het begint met een idee.
Iemand — een architect, een bouwer, een ontwerper — voelt een vorm, een indeling, een bedoeling. Kamers krijgen een plek. Ruimtes worden bedacht, toegewezen, geordend. Er ontstaat een structuur die niet alleen praktisch is, maar ook energetisch klopt op dat moment.
Het is meer dan steen, hout en beton. Het is een samenhangend geheel, een energetisch systeem met een eigen logica, een eigen ritme. Een wezen.
In ons eigen huis liepen we daar tegenaan.
Het huis had een bepaald aantal ruimtes.
Maar wij hadden meer kinderen.
Dus deden we wat veel mensen doen: we braken muren weg, veranderden de oorspronkelijke indeling en pasten het huis aan aan onze behoeften. Praktisch gezien logisch. Functioneel noodzakelijk.
En toch… voor iemand zoals ik voelt dat nog steeds niet helemaal oké.
Niet omdat het niet mocht.
Maar omdat we hebben ingegrepen in de structuur van het wezen, zonder echt te voelen wat goed zou zijn voor de woning zelf. Zonder stil te staan bij de vraag: hoe wil dit huis bewegen?
We hebben gekeken met het hoofd.
Niet met afstemming.
Wanneer je samenwerkt met het wezen van een huis, verloopt een verbouwing anders. Zachter. Heldere keuzes dienen zich aan. Dingen lijken meer op hun plek te vallen. Er is minder weerstand, minder tegenkracht tijdens het bouwen of verbouwen.
Niet omdat alles ineens makkelijk wordt, maar omdat de energie mee beweegt.
Een huis laat vaak heel duidelijk voelen:
welke muren dragend zijn (ook energetisch)
waar rust hoort
waar beweging past
welke ruimtes bescherming nodig hebben
Wanneer je die signalen negeert, kan er onrust ontstaan. Onverklaarbare spanning. Een gevoel dat iets “niet klopt”, zelfs al is het technisch perfect uitgevoerd.
Hetzelfde geldt voor de tuin
Dit geldt niet alleen voor een huis, maar ook voor een tuin.
Wanneer je snoeit, omgooit, of je tuin volledig herinricht, neem dan de tijd. Niet alleen om een plan te maken, maar om contact te maken.
Bedank het wezen van de tuin voor wat het tot nu toe heeft gedragen. Voor de groei, de bescherming, de seizoenen die het heeft doorstaan. En vraag vervolgens toestemming voor de veranderingen die je wilt aanbrengen.
Dat klinkt misschien vreemd.
Maar de energie van een plek reageert.
Wanneer je dit doet, merk je vaak dat:
het werk soepeler verloopt; planten beter aanslaan; je minder tegenslag ervaart;
beslissingen helderder worden.
Het is alsof de plek zegt: ik werk met je mee.
We wonen niet in huizen.
We wonen mét huizen.
En wanneer we dat erkennen, verandert onze relatie met ruimte. We gaan luisteren in plaats van bepalen. Afstemmen in plaats van forceren.
Een huis is geen object.
Het is een drager van leven.
En wanneer je het zo benadert, wordt wonen niet alleen praktischer, maar ook zachter. Meer gedragen. Meer in flow.




Opmerkingen