top of page

Niemand ziet de hele olifant

Foto van schrijver: Tessa van Rossen
Tessa van Rossen
1 uur geleden
5 minuten om te lezen

Ik ben een voeler. Geen wetenschapper. En wetenschappers vind ik stiekem soms een beetje spannend. Dat komt doordat er wetenschappers zijn die vraagtekens zetten bij een werkelijkheid waarin ik al mijn hele leven functioneer. Mijn helderziendheid, mijn waarnemingen en de informatie die ik ontvang zijn voor mij zo gewoon als mijn ogen en oren. Ik werk er al tientallen jaren mee en heb ervaren wat ermee mogelijk is. En dan bestaat er tegelijkertijd een wereld waarin iemand vraagt: hoe weten we dat eigenlijk? Kunnen we het meten? Kunnen we het herhalen? Is er misschien een andere verklaring?

Vroeger kon ik daar behoorlijk allergisch voor zijn. Inmiddels begrijp ik die wereld steeds beter. Wetenschap moet kritisch zijn. Dat is precies haar functie. Als we iedere ervaring onmiddellijk tot waarheid zouden verheffen, zouden we een behoorlijk onoverzichtelijke wereld krijgen. Tegelijkertijd denk ik dat we onszelf tekortdoen wanneer we denken dat onze huidige kennis het eindpunt is van wat er te weten valt. De geschiedenis laat tenslotte voortdurend zien dat wat we op het ene moment nog niet begrijpen, later soms heel anders bekeken kan worden.

Vandaag had ik bijvoorbeeld een cliënt die mij daar opnieuw aan deed denken. Na chemotherapie was haar verteld dat haar vruchtbaarheid ernstig was aangetast. Zelf bleef ze voelen dat er iets anders aan de hand was. De artsen waren stellig: het kón niet. De eicellen waren verdwenen, niet zichtbaar, weg, kapot! Toch bleef ze aandringen en op haar verzoek werd er opnieuw gekeken. Later bleken er toch weer eicellen zichtbaar te zijn en enkele jaren daarna werd ze zelfs zwanger.

Tijdens onze sessie kreeg ik een heel duidelijk beeld voor me. Ik zag haar eierstokken als het ware heel klein in elkaar krimpen, bijna als een soort kool die zich om de eicellen heen sloot en ze beschermde tegen de invloed van de chemo. Daarna zag ik dat geheel, toen de chemo uit haar systeem was, weer opengaan als een bloem. Dit soort beelden is de manier waarop informatie soms bij mij binnenkomt.

Precies dat spanningsveld vind ik interessant. Er zijn dingen die we kunnen meten en verklaren en er zijn ervaringen en waarnemingen waarvoor we die verklaring niet hebben. Dat betekent voor mij niet automatisch dat ze niet bestaan. In mijn leven is dat spanningsveld ook een persoonlijke worsteling geweest. Want ik heb altijd moeten knokken om te kunnen geloven in mijn eigen waarneming. Ik vond dit als mens erg moeilijk, en nog. Als ik dingen ervaar die een ander niet ervaart, is het soms lastig om dan niet meteen aan mijzelf te twijfelen. Dit heb ik in het algemeen alleen als mensen die dichtbij me staan me niet begrijpen. Toch realiseer ik me ook dat we ieder onze eigen waarheid hebben.

Als ik daaraan denk, moet ik altijd denken aan het oude verhaal van de blinde mensen en de olifant.

Stel je vijf geblinddoekte mensen voor die rondom een olifant staan. Ze weten niet wat er voor hen staat en krijgen allemaal de opdracht om te voelen en te beschrijven wat ze waarnemen. De eerste persoon staat bij de slurf en voelt iets zachts en beweeglijks. Het kronkelt en kan dingen vastpakken. De tweede staat bij het oor en beschrijft iets groots en plats dat beweegt als een enorme waaier. De derde voelt de buik en ervaart een gigantisch oppervlak van ruwe huid. De vierde staat bij een poot en voelt iets wat lijkt op een enorme stevige zuil.

De vijfde staat achter de olifant en heeft de staart vast. Voor het gemak maken we van hem even de wetenschapper. Haha. Hij onderzoekt zorgvuldig wat hij in zijn handen heeft en constateert dat het relatief klein, dun en beweeglijk is. Daar heeft hij volledig gelijk in. Het wordt pas ingewikkeld wanneer hij vervolgens tegen de anderen zou zeggen dat hun waarnemingen niet kunnen kloppen, omdat hij heel zorgvuldig heeft vastgesteld dat het dier dun en beweeglijk is.

Maar terwijl ik daarover nadacht, realiseerde ik me dat ik het mezelf daarmee gemakkelijk maakte. Want waarom zou de wetenschapper degene zijn die alleen de staart vasthoudt en zou ik degene zijn die de hele olifant kan zien? Ik sta natuurlijk net zo goed ergens naast dat enorme dier. Alleen op een andere plek. In mijn beleving kun je als je je bewustzijn vergroot soms wel het hele dier of op zijn minst een groter deel van het dier ervaren, doordat je tijdelijk “een” met het dier wordt. En dat is iets wat ik moeilijk uit kan leggen. (zie hiervoor mijn blog over de sepia)

We staan allemaal ergens rondom die olifant en proberen vanuit onze eigen positie iets van de werkelijkheid te begrijpen. Een wetenschapper doet dat door onderzoek, metingen, hypotheses en controle. Een psycholoog kijkt naar gedrag en psyche. Een filosoof stelt weer andere vragen. Ik neem een groot deel van mijn werkelijkheid waar, door te voelen en helder waar te nemen. Iedere positie levert informatie op en iedere positie heeft tegelijkertijd beperkingen.

Dat merk ik nu heel sterk met Place It. De methode is ontstaan vanuit iets wat ik in mijn werk steeds opnieuw zag gebeuren: wanneer mensen letterlijk een andere positie innemen, verandert er iets in wat ze ervaren en soms ook in wat ze weten. Voor mij was dat heel vanzelfsprekend. Ga maar op die plek staan. Voel maar wat er gebeurt. Alleen willen we nu onderzoeken of Place It mensen daadwerkelijk kan helpen bij keuzestress en dan krijg ik ineens heel andere vragen.

Een onderzoeker vraagt bijvoorbeeld wat we precies bedoelen met voelen. Hoe meten we een verandering? Hoe weten we dat een verandering door Place It komt? Wat gebeurt er met iemand die Place It niet heeft gedaan? Soms denk ik dan nog steeds: ga nou gewoon op dat kaartje staan, dan begrijp je wat ik bedoel. Tegelijkertijd begin ik die vragen steeds waardevoller te vinden, omdat ze mij dwingen me in te leven in iemand die alleen de staart van de olifant vasthoudt.

Ik weet niet wat het onderzoek naar Place It uiteindelijk gaat laten zien. Dat is nou juist waarom we onderzoek doen. Natuurlijk hoop ik dat we kunnen aantonen dat het mensen helpt om minder keuzestress te ervaren, maar ik moet ook ruimte laten voor de mogelijkheid dat de resultaten anders zijn dan ik verwacht.

Wat ik ondertussen ook boeiend vind, is wat er gebeurt wanneer twee werelden niet proberen elkaar weg te drukken, maar nieuwsgierig worden naar elkaar. Misschien hoeven wetenschap en intuïtie helemaal geen tegenstanders te zijn. Misschien staan ze gewoon op verschillende plekken rondom dezelfde olifant.

Als we bereid zijn af en toe een klein stukje op te schuiven en werkelijk te luisteren naar wat iemand aan de andere kant waarneemt, ontstaat er ineens een groter beeld. Dan blijkt de slurf prima samen te kunnen bestaan met het oor, de buik, de poot en zelfs die staart van de wetenschapper.

En heel langzaam wordt misschien zichtbaar dat we al die tijd naar dezelfde olifant stonden te kijken.

 
 
 

Opmerkingen


|

bottom of page