Hoeveel tijd geef je aan de mensen die er echt toe doen?

Laatst zag ik een post die me aan het denken zette. Er stond een man bij zijn eigen graf en er was niemand. Hij keek om zich heen en vroeg aan een geest die bij hem stond: “Waar is iedereen? Wie komt er naar mijn begrafenis?” De geest vroeg hem: “Wie had je verwacht?”
De man begon de mensen te noemen die belangrijk voor hem waren. Zijn vrouw, zijn kinderen, familie en vrienden. Daarop vroeg de geest hoeveel tijd hij tijdens zijn leven werkelijk met hen had doorgebracht. Daarna stelde hij een heel eenvoudige vraag: “Wat pakte je ’s morgens als eerste wanneer je wakker werd?” De man antwoordde: “Mijn telefoon.”
Ik bleef daar even bij hangen. Vooral omdat ik mezelf er ook in herken. Mijn telefoon is een groot onderdeel van mijn werk en mijn dagelijks leven. Mijn berichten komen erop binnen, ik regel afspraken, beantwoord mails, maak dingen voor mijn werk en houd contact met mensen. Als ik iets wil weten, pak ik hem erbij. Als ik ergens op wacht, kijk ik erop. Soms heb ik hem in mijn hand zonder dat ik bewust heb besloten hem te pakken.
Het zette me vooral aan het denken over aandacht. Ik weet heel goed wie de belangrijkste mensen in mijn leven zijn. Mijn partner, mijn kinderen, mijn familie en vrienden. Als je mij vraagt wie ik het liefst om me heen heb, hoef ik daar niet lang over na te denken. De vraag hoeveel van mijn aandacht zij op een gewone dag daadwerkelijk krijgen, vind ik lastiger.
Je kunt namelijk heel veel tijd met iemand doorbrengen en ondertussen met je aandacht ergens anders zijn. Je zit met je gezin op de bank en kijkt tussendoor op je telefoon. Je kind vertelt iets en halverwege komt er een bericht binnen. Je partner begint over zijn dag en je bent ondertussen nog bezig met iets van je werk. Dat gebeurt gemakkelijk en vaak zonder dat je er erg in hebt.
Ik herken dat zelf ook. Er lopen bij mij vaak verschillende dingen door elkaar. Mijn praktijk, Place It, schrijven, afspraken en alles wat bij een gezin hoort. Ik kan ergens helemaal in zitten en vervolgens thuiskomen met mijn hoofd nog bij wat ik aan het doen was. Dan vertelt iemand thuis iets en merk ik dat ik een deel heb gemist. Niet uit desinteresse. Mijn aandacht was gewoon nog onderweg.
Een moeder vertelde mij eens dat haar dochter regelmatig zei: “Mam, je luistert helemaal niet.” Haar moeder vond dat lastig, omdat ze voor haar gevoel wel degelijk luisterde. Ze kon meestal precies vertellen wat haar dochter had gezegd. Toen ze beschreef hoe dat thuis ging, zag ik het meteen voor me. Haar dochter kwam uit school met een verhaal en zij luisterde terwijl ze een bericht beantwoordde of iets op haar telefoon afmaakte. Af en toe keek ze op en stelde ze een vraag.
We hadden het erover hoe het zou zijn om na school gewoon even samen te zitten. Ze besloot het eens te proberen. Haar telefoon bleef in de keuken en ze dronken samen iets wanneer haar dochter thuiskwam. Soms duurde hun gesprek tien minuten en soms wat langer. Haar dochter vertelde over school, vriendinnen en allerlei kleine dingen die op dat moment haar wereld vormden.
Wat de moeder vooral opviel, was dat ze zelf meer meekreeg. Ze zag beter hoe haar dochter erbij zat en hoorde aan haar stem wanneer iets haar bezighield. Ook hoefde haar dochter minder vaak opnieuw haar aandacht te vragen. Er was gedurende de dag een moment gekomen waarop ze wist dat haar moeder echt even bij haar was.
Dat deed me weer denken aan die post met die man bij zijn graf. We kunnen precies weten van wie we houden en toch kan onze aandacht gedurende de dag overal terechtkomen. Een telefoon is daar natuurlijk maar één onderdeel van. Mijn hoofd kan net zo goed worden ingenomen door werk, een probleem dat ik wil oplossen of iets wat morgen moet gebeuren.
Misschien merk je dat nog sterker binnen een gezin. Kinderen komen vaak op momenten waarop het ons helemaal niet uitkomt. Ze willen een tekening laten zien wanneer je staat te koken. Ze beginnen aan een uitgebreid verhaal terwijl je eigenlijk de deur uit moet. Ze stellen een vraag wanneer je net een mail probeert af te maken. Hun behoefte aan contact houdt weinig rekening met onze planning.
Later veranderen die momenten. Mijn zoon, die vroeger tien keer per dag naast me stond met een verhaal, is nu ouder en leeft zijn eigen leven. Soms kan ik daar ineens verdrietig van worden. hoe weinig ik van hem wet. Wat hij dagelijks doet, wat hij eet, wat hem beweegt.
Opeens moet ik vragen hoe zijn dag was.
Misschien heb je zelf ook kinderen die uit huis zijn? En ben jij degene die blij is wanneer ze bellen. Ik vind dat soms een vreemde gedachte. Veel dingen waarvan we tijdens een drukke Ik probeer er dagelijks bij stil te staan, als ik naar mijn kleine kinderen kijk. We denken dat ze altijd zo zullen blijven, maar het is uiteindelijk maar een periode in ons leven.
Als de armen van mijn dochter mij stevig vastpakken, probeer ik ze echt te voelen... De tijd gaat zo snel!!
Bij partners gebeurt iets soortgelijks. Je kunt jarenlang iedere avond naast dezelfde persoon op de bank zitten. Het wordt zo gewoon dat je nauwelijks stilstaat bij het feit dat die persoon daar zit. Je kent elkaars gewoontes, weet hoe de ander zijn koffie drinkt en bespreekt wie morgen de boodschappen doet. Ondertussen kan een telefoon gemakkelijk alle kleine stiltes opvullen waarin vroeger misschien een gesprek ontstond.
Voor mij gaat het vooral over aanwezigheid. Soms is een kwartier waarin je echt samen zit waardevoller dan een hele avond waarin iedereen met iets anders bezig is. Een kop thee met mijn partner, luisteren naar een verhaal van een van mijn kinderen of een gesprek met een vriendin waarin mijn telefoon gewoon in mijn tas blijft. Op zulke momenten merk ik hoeveel prettiger het is wanneer mijn aandacht even op één plek is. Ik hou van die focus. Om goed te kunnen focussen heb ik moeten leren schakelen. Ik ben waar ik ben en dat is hier en nu!
Ik denk ook aan mensen die ouder worden. Je kunt bij iemand langsgaan en ondertussen van alles regelen. Boodschappen meenemen, iets met de administratie doen en tussendoor een bericht beantwoorden. Soms is rustig aan tafel zitten en vragen hoe het werkelijk gaat een van de fijnste dingen die je iemand kunt geven. Tijd voelt heel anders wanneer iemand weet dat je nergens anders mee bezig bent.
Die post over die man bij zijn graf bleef waarschijnlijk bij me hangen omdat hij een ongemakkelijke vraag oproept. Als ik zelf zou moeten opschrijven wie voor mij de belangrijkste mensen zijn, zou dat lijstje snel gemaakt zijn. Als ik daarnaast zou zetten waar mijn aandacht gisteren allemaal naartoe ging, ziet dat lijstje er waarschijnlijk een stuk rommeliger uit.
Mijn telefoon zal morgen waarschijnlijk nog steeds ergens in de buurt liggen wanneer ik wakker word. Ik ben me bewust van het moment waarop ik hem pak. Soms laat ik hem bewust liggen. en kijk ik pas als mijn werkdag begint. Dat lukt niet altijd. Maar het geeft rust om gewoon in het moment bij mijn kinderen te zijn.
Uiteindelijk bestaat tijd met de mensen van wie we houden voor een groot deel uit gewone momenten. Samen aan tafel zitten, een kind dat iets vertelt, even bellen met je vriendin, of ’s avonds naast je partner op de bank. Ik denk dat het die heel gewone momenten zijn waar we later het liefst nog één keer naar terug zouden willen.





Opmerkingen